vrijdag 10 december 2004

Uitspraak: 20 jaar voor moordenaar Alejandra Saenz-Silva en Diego Ortiz Rodriguez

De rechtbank in Amsterdam heeft vrijdag Amir Ahlfeld (27) veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. De rechtbank achtte bewezen dat hij op 2 januari de  Colombiaanse drugshandelaar Diego Ortiz Rodriguez (34) en diens  Nicaraguaanse vriendin Alejandra Saenz-Silva (18) (foto) in een woning aan de Brentanostraat in de Amsterdamse wijk Venserpolder heeft doodgeschoten. De man heeft ontkend en voor het overige gezwegen.

Het Openbaar Ministerie eiste twee weken geleden een levenslange celstraf tegen de man, die gold als handlanger van slachtoffer Rodriguez. Het tweetal heeft voorafgaand aan de moord ruzie gehad. De rechtbank kwalificeerde het om het leven brengen van het meisje niet, zoals de officier van justitie, als moord, maar als doodslag. Daardoor kwam het college van rechters tot een lagere straf dan geëist.

Rodriguez was een bekende van de Nederlandse justitie. Hij is veroordeeld voor de uitvoering van een liquidatie in de onderwereld, maar had zijn straf er inmiddels opzitten. Twee medeverdachten van de man werden vrijgesproken van betrokkenheid bij de fatale schietpartij. Een van hen, een 25-jarige man, leverde een belangrijk deel van het bewijs in de moordzaak door uitvoerige verklaringen af te leggen. Hij wees de hoofdverdachte aan als de schutter. De medeverdachte werd conform de eis veroordeeld tot zeven jaar cel wegens een reeks andere misdrijven die voorafgaand aan het dodelijke schietincident zijn gepleegd. Daarbij ging het om de (mislukte) invoer van een partij cocaïne, een gijzeling en een schietpartij. De andere medeverdachte, een 34-jarige man, werd van het gros van deze feiten vrijgesproken. Na een eis van elf jaar cel veroordeelde de rechtbank hem tot 26 maanden.

Officier van justitie M. IJzendoorn beraadt zich nog op het instellen van hoger beroep in de zaak tegen de hoofdverdachte. Volgens hem was bewezen dat de vriendin van Rodriguez met vooropgezet plan is vermoord - hij repte tijdens het proces van een executie. De rechtbank achtte het bewijs daarvoor niet aanwezig. Toch rekenden de rechters de man het doodschieten van het meisje “extra zwaar” aan. De rechtbank sprak van een “uitermate brute en laffe daad”.

De positie van de rechtbank in deze is onbegrijpelijk. Zelfs als het alleen het plan was om de drugshandelaar om te brengen, wist de schutter dat zijn vriendin in de woning kon zijn en heeft dat risico willens en wetens genomen. Bovendien is het zeer aannemelijk dat hij haar niet in een opwelling, maar bewust, om herkenning tevoorkomen heeft neergeschoten. Daar is dus –al zij het niet lang-  beraad aan voorafgegaan. Dat maakt het moord en levenslang was daarom ook op zijn plaats geweest.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook