donderdag 7 februari 2008

16 jaar cel voor liquidatie Michael Schuurman

Twee Alkmaarse mannen (45 en 43 jaar) zijn veroordeeld tot 16 jaar cel voor de moord op Michael Schuurman (37) uit Velsen op 14 december 2006.

Schuurman zou na een tip uit het milieu een half jaar eerder 40 kilo softdrugs hebben gestolen uit een huis in Alkmaar. Deze partij behoorde toe aan een Nederlands-Marokkaanse drugsbende met verschillende drugsopslagplaatsen in de regio. De bende traceerde Schuurman als 'dader' nadat hij delen van de partij had verkocht. Iemand van de bende zoekt het slachtoffer thuis op en maakt bij de deur een foto van Schuurman met zijn mobiele telefoon. Via deze foto werd hij herkend door een vrouw die aanwezig was in het beroofde drugspand in Alkmaar.

Schuurman zit te kaarten in een café in Beverwijk als twee gemaskerde mannen binnenlopen. Zij dwingen hem zijn handen omhoog te doen, waarna zij van korte afstand op hem schieten. Als hij probeert weg te strompelen, schieten ze nog een aantal keer op hun slachtoffer. In april 2007 werden de twee mannen aangehouden wegens betrokkenheid bij de moord op Schuurman.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Peter de Vries en de kijkcijfers

Op zondagavond 3 februari spoelde er een tsunami van PR over ons land. Joran van der Sloot heeft een “volledige bekentenis” afgelegd voor de camera’s die waren verborgen in een auto, dit ten overstaan van de “eerlijke zakenman” Patrick van der Eem. Ruim zeven miljoen kijkers! Een miljoen aan reclame-inkomsten! Joran is ondergedoken, maar stelt zich beschikbaar voor verhoor. Een heksenjacht in Drachten. Het OM adviseert de ouders van Joran: onderduiken. De uitzending voor zeven miljoen dollar verkocht aan de Amerikaanse zender ABC. Twaalf miljoen kijkers in de VS, maar ook op Aruba kan men ABC ontvangen. Peter R. gaat naar Amerika! En een argeloze Johan uit Drachten werd het slachtoffer van de volkswoede tegen Joran.

Superlatieven te over, maar zodra deze PR-tsunami zich over Nederland had uitgestort, hoorde men zowel juristen als misdaadverslaggevers mopperen. Gerlof Leistra van Elsevier meende meteen al dat deze uitzending niet bijdroeg aan de oplossing van de zaak Holloway en mr. Spong kwam in De Wereld Draait Door met scherpe kritiek op PR de Vries. In Netwerk beweerden drie topadvocaten vervolgens alle drie iets anders. Laten we eens kijken, waarom juristen niet blij zijn met deze uitzending.

Juridisch ligt de zaak moeilijk, omdat Joran tot twee maal toe is gearresteerd en weer vrijgelaten. De laatste maal, eind 2007, is het onderzoek tegen Joran onvoorwaardelijk geseponeerd. Ons strafrecht kent een belangrijk principe: Ne bis in idem. Men kan niet twee maal worden vervolgd in dezelfde zaak. Een onvoorwaardelijk sepot werkt als een vrijspraak. Vandaar dat het OM van Aruba het onderzoek wel heeft heropend, maar dat de Rechter Commissaris geen arrestatiebevel wil afgeven.

Joran heeft bekend, zo denken nu velen. Waarom doet justitie dan niets? Dat komt omdat een bekentenis juridisch vrijwel geen waarde heeft. Het Wetboek van Strafvordering zegt in artikel 341 lid 1: Onder verklaring van de verdachte wordt verstaan zijn bij het onderzoek op de terechtzitting gedane opgave van feiten of omstandigheden, hem uit eigen wetenschap bekend. Lid 2: Zodanige opgave, elders dan ter terechtzitting gedaan, kan tot het bewijs, dat de verdachte het telastegelegde feit begaan heeft, medewerken, indien daarvan uit enig wettig bewijsmiddel blijkt. Lid 4: Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft begaan, kan door den rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de opgaven van den verdachte.
Een bekentenis kan slechts dienen als bewijs, als uit andere feiten blijkt dat het klopt. Zonder aanvullend bewijs is een bekentenis waardeloos. Inmiddels heeft Joran zich beroepen op het feit dat hij liegt. Dat hij bekend staat als leugenaar, doet daarbij niet ter zake; hij heeft zijn bekentenis ingetrokken. Uit lid 3 blijkt nog, dat zijn verklaring over Daury al helemaal niet kan gelden als bewijs.

Het misdrijf dat Joran “bekende”, bestaat uit het verbergen van een lijk. Het Wetboek van Strafrecht zegt in artikel 151: Hij die een lijk begraaft, verbrandt, vernietigt, verbergt, wegvoert of wegmaakt, met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden, dan wel van het dood ter wereld komen te verhelen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
Mr. Spong beweerde ook bij Pauw en Witteman dat er maximaal een half jaar op staat, maar de wet zegt twee jaar. Dat is nog steeds niet voldoende om Joran zelfs maar in voorarrest te nemen, want dat kan alleen bij een maximumstraf van vier jaar of meer. Het verschil is alleen van belang in verband met de mogelijkheid dat de VS zal vragen om uitlevering van Joran.

[Pasteurella, 9 februari: Mr. Spong heeft gelijk. Het Arubaanse wetboek van strafrecht is anders dan het onze. In Aruba staat op het verbergen van een lijk maximaal zes maanden.]

Artikel 7 Olw. zegt: Overlevering kan alleen worden toegestaan ten behoeve van: a. een door autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich naar het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit schuldig heeft gemaakt aan:
ten 1º. een naar het recht van de uitvaardigende lidstaat benoemd strafbaar feit dat tevens op de in bijlage 1 bij deze wet behorende lijst staat vermeld, waarop naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld; of
ten 2º. een ander feit dat zowel naar het recht van de uitvaardigende lidstaat als naar dat van Nederland strafbaar is en waarop een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld;

Of Joran kan worden uitgeleverd, hangt af van die lijst en van de straf die in de VS staat op het verbergen van een lijk. Joran kan volgens het wetboek slechts worden veroordeeld tot maximaal twee jaar en het is onzeker of hij dan kan worden uitgeleverd. Als mr. Spong gelijk heeft met zijn zes maanden, dan is de uitlevering in elk geval onmogelijk.

Laten we nu eens kijken waaraan PR en Patrick zich schuldig maakten. Ten eerste is er de verkregen “bekentenis”. Het Wetboek van Strafrecht zegt in artikel 326: Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
De gegevens die Joran ter beschikking stelde aan Patrick, blijken een hoge geldswaarde te hebben. Patrick kreeg € 25.000 betaald voor zijn diensten, maar PR heeft er volgens sommige bronnen reeds miljoenen aan verdiend. Patrick deed tegen Joran alsof hij een vriend was, hij zou samen met Joran wiet gaan kweken en zo voort. Dat is wel een valse hoedanigheid, of een samenweefsel van verdichtsels. De in een auto verborgen camera’s zijn listige kunstgrepen. Aldus heeft Joran gegevens over de verdwijning van Natalee aan Patrick ter beschikking gesteld. Joran werd door Patrick doodgewoon opgelicht!

Het maken van opnamen met een verborgen camera is op zich reeds strafbaar. Artikel 139 f Wetboek van Strafrecht zegt: Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft:
ten 1°. hij die, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigt;
ten 2°. hij die de beschikking heeft over een afbeelding welke, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, door of ten gevolge van een onder 1° strafbaar gestelde handeling is verkregen.

Deze afbeeldingen zijn verkregen in een auto, op een niet voor het publiek toegankelijke plaats. Dat bedoelde mr. Spong, toen hij zei dat hier misdaden waren begaan.
Artikel 139 g voegt er nog aan toe: Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die een afbeelding, als bedoeld in het vorige artikel, onder 2°, openbaar maakt.
Dat PR deze beelden openbaar heeft gemaakt, is een feit van algemene bekendheid. Kort na de uitzending stond de “bekentenis” van Joran reeds op talloze plaatsen online. Alle bloggers en YouTube-leden die deze beelden hebben geplaatst, zijn strafbaar. Joran kan in Kort Geding ook eisen dat al deze beelden van het internet verdwijnen. Dat zal hij zeker winnen!

Bladeren we nog even door naar artikel 140 Sr: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
PR heeft met zijn technische team de verboden opnamen mogelijk gemaakt. Dat blijkt uit een uitzending van Pauw en Witteman, waarin het hele team aanwezig was. Joran werd opgelicht en uitgezonden, niet door een persoon, maar door een criminele organisatie! Nu wordt deze soep meestal niet zo heet gegeten, maar alle teamleden zijn schuldig aan deelneming en ook het plaatsen van verborgen camera’s is strafbaar.

PR en zijn team pleegden onrechtmatige daden en Joran leed daar schade door, immaterieel en wellicht ook materieel. In ons civiele recht kan men dan schadevergoeding eisen. Artikel 161 boek 6 BW zegt:
lid 1: Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
Lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
Als de uitzending zou hebben geleid tot bij voorbeeld het redden van het leven van de verdwenen Natalee, dan zou er een rechtvaardigheidsgrond zijn. De uitzending leidde echter zelfs niet tot de arrestatie van Joran, maar slechts tot het vogelvrij verklaren van een onsympathieke jongeman en een dikke winst voor hen die leven van de kijkcijfers.

De uitzending heeft PR geld opgeleverd, een ongerechtvaardigde verrijking. Artikel 212 van boek 6 BW zegt: Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. Voor PR en zijn maten zou dit betekent: het inleveren van de hele winst aan Joran.

Wat er werkelijk is gebeurd, blijft nog steeds onduidelijk. Het zou allemaal heel anders kunnen zijn, dan Joran in zijn “bekentenis” beweerde. Lees bij voorbeeld het filmscript dat Ko van Dijk er van maakte: Is Natalee Still Alive?

Wat mij echter het meest verontrust, is dat PR blijkbaar beschikte over dossierkennis. Het OM van Aruba heeft hem kennelijk inzage gegeven in het onderzoeksdossier. Het gaat dan om schending van geheimen, in combinatie met een ambtsmisdrijf. We troffen een dergelijk misdrijf in verband met PR de Vries ook reeds aan in de zaak Hörchner. Natuurlijk zijn misdaadjournalisten altijd nieuwsgierig naar wat de politie weet, maar de gegevens die het OM verzamelt, zijn niet bedoeld om door de media te worden gebruikt voor spanning en sensatie.

Wie had gedacht dat PR een misdrijf zou oplossen, kwam bedrogen uit. PR heeft met zijn “opzienbarende en onthullende” uitzending een juridische rattenkoning gebaard. De vraag is niet langer waaraan Joran zich schuldig maakte, maar hoever de media kunnen gaan met reportages die slechts de kijkcijfers dienen.

door mr. drs. BOU.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

donderdag 31 januari 2008

Leugentje Peter de Vries

rudy lubbersIn de aanloop naar het programma van Peter de Vries over het oplossen van de zaak Natalee Holloway schoof bij Pauw en Witteman ook voormalig bokskampioen Rudie Lubbers aan.

Zijn leven nam in 1989 een dramatische wending. Verdacht van drugshandel belandde Lubbers in een Portugese gevangenis. De topsporter heeft altijd ontkend iets met de drugs te maken hebben gehad. Op de vraag van de Portugese autoriteiten aan ons land of Rudie hier bekend was werd bevestigend geantwoord. Bekend was Rudie zeker maar niet in verband met drugs. Hij was onze nationale boksheld.

Peter kon zich nog wel iets over die zaak herinneren. Hij had zelfs een “interview” met de bokser in de Portugese gevangenis gehad. Rudie tikte de Vries gelijk op de vingers. De Vries had slechts voor de gevangenispoort gestaan en een foto van Rudie gemaakt. Peter moest dit schoorvoetend bekennen maar dat Rudie schuldig was stond voor hem wel vast, ondanks dat hij het dossier zich nauwelijks kon herinneren.

Voor wie aan de schuld van Rudie mocht twijfelen voegde Peter de opmerking toe: “Als je dat gelooft heb je echt een paar klappen te veel gehad.” Hoe serieus moeten we dan nu de uitspraken van Peter R. de Vries nemen?

Typisch weer Peter de Vries: hij besluit gewoon wie schuldig is en wil verder niet verward worden met de feiten.

 

Lubbers is in Portugal veroordeeld geweest tot 8 jaar en drie maanden gevangenisstraf voor vermeende drugshandel. Op 13 juli 1990 kwam meester Oosting van de Nationale ombudsman met zijn rapport nr. 1990/461 waaruit blijkt dat zijn veroordeling tot stand is gekomen door niet behoorlijke gedragingen van de Nederlandse regering. Het Hoofd van de Hoofdafdeling Staats en Strafrecht van Ministerie van Justitie verwijt C.R.I. (Interpol) ervan dat de verstrekte gegevens berusten op een "ongelukkige weergave van de feiten over de Hr Lubbers bekent op op gebied van zijn betrokkenheid bij drugshandel". Er is geen enkel proces verbaal of aanwjzing waaruit blijkt dat Dhr Lubbers schuldig is aan drugshandel. De bokslegende verwijt Nederland een gemaakte drugshandelaar te zijn, dit blijkt uit de verzonden Interpol telexen. Een bemiddeling van Hare Majesteit de Koningin is door buitenlandse zaken schandalig afgehandelt. Tegenwoordig woont Lubbers (63) in een daklozenpension in Den Helder

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

dinsdag 29 januari 2008

10 jaar eis voor doodslag op Tessa Klaver

Tessa KlaverHet Openbaar Ministerie heeft voor de rechtbank in Groningen tien jaar celstraf geëist tegen de 21-jarige student van de Hanzehogeschool Marco D. Hij wordt ervan verdacht eind april zijn 19-jarige vriendin Tessa Klaver (foto) te hebben gedood in hun appartement aan de Plutolaan.

D. werd op 24 april 2007 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dood van zijn vriendin. Die ochtend had hij de politie gewaarschuwd dat hij haar dood in het appartement had aangetroffen.

De twee, beide studenten aan de Hanzehogeschool, hadden al enkele maanden een relatie, maar hadden vaak ruzie. Enkele weken voor het incident had Tessa Klaver daarom de relatie beëindigd. D. bleef nog wel in de woning wonen, totdat hij een andere kamer zou hebben gevonden.
“Die dag vertelde Tessa dat ze een telefoontje had gekregen van een jongen die een kamer in het appartement wilde huren. Ze deed er heel lacherig over. Ik kreeg het gevoel dat ik werd ingewisseld door die jongen”, vertelde D. in de rechtbank.

Na maanden lang zijn woede te hebben opgekropt, was dat voor hem de druppel. “Ik werd zo geraakt, dat er iets gebeurde waar ik geen besef van had”, verklaarde hij. D. wurgde vervolgens zijn vriendin en drukte een kussen op haar gezicht.
Volgens het OM gebeurde het in een opwelling, en is er daarom geen sprake van moord. Wel werd een forse gevangenisstraf geëist. “Na het incident heeft D. zijn vriendin versleept om het toen doen lijken alsof ze zelfmoord had gepleegd. Hij verrichte allerlei handelingen in zijn eigen voordeel en haalde geen hulp voor haar. Dat wordt hem zwaar aangerekend”, aldus de Officier van Justitie.



Update: Marco wordt door de rechtbank tot 10 jaar veroordeeld. In Hoger beroep eist het OM opniew 10 jaar, maar het Hof veroordeeld hem tot 8 jaar.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

zaterdag 26 januari 2008

Tim Masters vrij

Tim Masters na 10 jaar vrij (23-1-2008)
Fort Collins-Amerikaan Tim Masters (35) verliet gisteren als vrij man de rechtbank in Fort Collins, Colorado. Bijna tien jaar zat hij achter de tralies wegens een gruwelijke vrouwenmoord waarmee hij niets te maken had, maar levenslange gevangenisstraf voor had gekregen.

Totdat dna-experts Richard en Selma Eikelenboom van Independent Forensic Services in Nunspeet afgelopen week in hun onderzoek op de kleding van het slachtoffer een spectaculaire doorbraak boekten: een dna-match met de werkelijke moordenaar waardoor Tim Masters nu volledig wordt vrijgepleit.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

dinsdag 22 januari 2008

Cassatie Kraggenburg zaak verworpen

De Hoge Raad heeft op 22 januari 2008 uitspraak gedaan in de samenhangende strafzaken tegen de verdachten M, Van E en B., verdachten in de Kraggenburger pornozaak.
Het gaat in deze zaken, onder meer om het volgende:

Bij verschillende gelegenheden zijn drie Afrikaanse vrouwen, die illegaal in België verbleven, naar Nederland gelokt onder het voorwendsel dat zij veel geld zouden kunnen verdienen. De vrouwen zijn naar een loods in Kraggenburg (gemeente Noordoostpolder) gebracht en daar onder grote druk aan een lange reeks (seksuele) perversiteiten onderworpen en vernederd. Daarbij werd grof geweld gebruikt en daarin hadden ook honden een aandeel. De handelingen werden met camera’s vastgelegd. De zaak is aan het licht gekomen, nadat de slachtoffers wisten te ontsnappen.
Ten laste van de verdachten zijn zedendelicten, wederrechtelijke vrijheidsberoving, deelneming aan een criminele organisatie en vermogensdelicten bewezenverklaard.

Op 23 mei 2006 heeft het hof Arnhem, met verwerping van de gevoerde verweren, de verdachte M. tot zeven jaren gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging, de verdachte E. tot zeven jaren gevangenisstraf en de verdachte B. tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld (zie bijv. hof Arnhem 23 mei 2006, LJN: AX3969).

De verdachten zijn tegen de uitspraken van het hof in cassatie gegaan.

De klachten in cassatie hebben onder meer betrekking op de bewijsvoering, de procesgang in eerste aanleg en hoger beroep en de oplegging van de TBS-maatregel.
Advocaat-generaal mr. A.J.M. Machielse heeft in zijn conclusies van 20.11.2007 de Hoge Raad geadviseerd de klachten die in de cassatieprocedure zijn ingediend te verwerpen.

Uitspraak van de Hoge Raad
De Hoge Raad heeft de klachten in alle zaken verworpen.
De klachten met betrekking tot de bewijsvoering zijn in hoofdzaak verworpen met de verkorte motivering bedoeld in art. 81 RO*. (Wet op de Rechterlijke Organisatie)
In de zaak van de verdachte M. is in de procedure bij het hof Arnhem gesteld dat door fouten in de procesvoering in eerste aanleg bij de rechtbank geen berechting door een onpartijdige rechter in de zin van art. 6 EVRM** (Europees Verdrag Rechten van de Mens) heeft plaatsgevonden. Het hof heeft geoordeeld dat de procesvoering in eerste aanleg gebreken vertoont, maar dat dat niet meebrengt dat terugwijzing naar de rechtbank behoeft plaats te vinden. De Hoge Raad is van oordeel dat het hof die beslissing toereikend heeft gemotiveerd en dat het hof geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
De Hoge Raad heeft over de TBS vooropgesteld dat de vaststelling of sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis aan de feitenrechter is. Vervolgens heeft hij geoordeeld dat het hof de vaststelling, dat de verdachte ten tijde van de feiten leed aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, voldoende heeft gemotiveerd.
De Hoge Raad acht daarom de oplegging van de maatregel TBS voldoende gemotiveerd.

Gevolgen van deze uitspraken
De veroordeling van de drie verdachten is door de uitspraak van de Hoge Raad definitief geworden. Wel is in de zaken van de verdachten M. en Van E. vanwege een overschrijding van de redelijke termijn vier maanden korting op de straf verleend.

* Artikel 81 Indien de Hoge Raad oordeelt dat een aangevoerde klacht niet tot cassatie kan leiden en niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, kan hij zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.
**Artikel 6 regelt een aantal rechten van een verdachte die o.a. te maken hebben met het krijgen van hulp van een advocaat, tijd ter voorbereiding van zijn zaak, het recht tot ondervraging van getuigen en bijstand van een tolk indien nodig.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook