vrijdag 26 september 2008

Opnieuw strafzaak onderuit door afluisteren van advocaat

Opnieuw is een strafvervolging ongeldig verklaard als gevolg van het feit dat politie en justitie telefoonverkeer tussen een advocaat en zijn cliënt hebben afgeluisterd.

Ditmaal werd de daardoor verkregen informatie zelfs gebruikt om de verdachte te kunnen arresteren, nota bene tijdens een bezoek aan zijn advocaat.

De rechtbank in Amsterdam maakte vrijdag korte metten met de zaak. De beklaagde in kwestie werd verdacht van een gewapende straatroof.

In maart 2006 werd zijn telefoon afgeluisterd toen hij een afspraak maakte met zijn advocaat. Nadat hij op het Amsterdamse kantoor was verschenen, meldde de politie zich daar om hem in de boeien te slaan.

Vorig jaar veegde de rechtbank de strafzaak tegen de Hells Angels van tafel, nadat was gebleken dat er tal van telefoongesprekken met advocaten waren afgeluisterd. De uitgewerkte gesprekken waren tegen de regels in niet vernietigd. Ook daarna dienden zich nog enkele soortgelijke gevallen aan.

Vorige week maakte OM-topman Harm Brouwer bekend dat de Nederlandse tapkamers zullen worden ingericht met een nummerherkenningssysteem, om te voorkomen dat gesprekken tussen advocaten en hun cliëntèle worden afgeluisterd.

De verdediging in de zaak van de vermeende straatrover had al kort na de arrestatie om opheldering gevraagd, maar het Openbaar Ministerie (OM) gaf daaraan geen gehoor. Pas in december 2007 maakte het OM kenbaar dat het beschikte over twee - niet vernietigde - gesprekken tussen advocaat en cliënt.

"Kwalijk'', vindt de rechtbank. Het rechtscollege oordeelde ook dat de telefonisch gemaakte en afgeluisterde afspraak niet voor de arrestatie gebruikt had mogen worden. Slechts in zeer ernstige zaken en in het geval terroristische misdrijven kan een afgeluisterd advocatengesprek operationeel worden ingezet.

Het OM laat weten dat het het vonnis op bepaalde punten betwist, maar dat de beslissing om in hoger beroep te gaan nadere bestudering ervan vergt.

Advocate Hilje Plantenga toonde zich verheugd over het vonnis. "Het gaat om een ernstige schending van de rechtsorde en dat is het signaal dat de rechtbank hier afgeeft'', aldus de raadsvrouw.

Een noodzakelijk signaal, vindt zij. "Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt, het gebeurt structureel.''

Het is een goede zaak dat de rechter dit niet over zijn kant laat gaan en de zaak vernietigd. Het OM wéét dat het niet mag en toch lappen ze het aan hun laars. Zij hebben daarmee niet alleen de wet overtreden maar ook de zaak gefrustreerd. Het feit dat het OM aanvankelijk geen opheldering wilde geven geeft al aan dat ze wisten dat ze fout zaten.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Meisjes maandenlang misbruikt

Een 11 jarig roemeens meisje is maandenlang opgesloten en seksueel misbruikt geweest in Nederland door Frans de K (60) uit Nieuwegein en verscheidene andere mannen.

Het meisje woonde bij haar Roemeense ouders, waar De K. regelmatig over de vloer kwam. Zoals hij her en der in Roemenië bezoekjes bracht aan families en contact maakte met minderjarige meisjes.

Tegen het meisje en haar ouders vertelde hij dat ze in Nederland geld kon verdienen als babysit bij hem thuis. Maar in Nieuwegein bleek zij te zijn meegelokt naar de wereld van kinderporno en seksueel misbruik. Zij moest samen met de 6-jarige dochter van De K. - seksuele handelingen dulden van de Nieuwegeiner en zijn vrienden. Van zoenen tot penetratie.

Politie en justitie spreken van een bizarre ontuchtzaak die zich in 2006 en 2007 afspeelde in woonhuizen in Utrecht, Nieuwegein en Rotterdam. En dan niet eens vanwege de omvang. Zo bezat Utrechter Erik van H.(54) ruim 300.000 afbeeldingen en films, maar dat is voor kinderpornobegrippen niet eens bijzonder veel. Het zijn vooral de karakters van de daders, die de zaak een extreem gezicht geven. De chaotische De K., die al eerder in Hongarije vast zat voor seks met kinderen en erover praat alsof het om de normaalste zaak van de wereld gaat. Zijn vriend Van H. die toch vooral zichzelf zielig vindt, omdat hij zich liet verleiden door een ‘hemels gerecht’ dat hij kreeg aangeboden. En niet in de laatste plaats Hendrik G. 93 jaar en seksueel actief met kinderen.

De zaak kwam aan het rollen toen een broer van De K. bij de politie aan de bel trok. Want hij zou zich weer eens bezighouden met minderjarige meisjes. Het toen 11-jarige Roemeense meisje en de 6-jarige dochter van De K. hebben maandenlang geleefd onder de seksuele druk van volwassenen. Ze moesten toezien hoe mannen van 54, 60 en 93 jaar bloot door het huis liepen, kinderporno bekeken en zichzelf bevredigden. Ook moesten de meisjes hun kleren uitdoen, op de mannen gaan zitten en handen en tongen bij hun geslachtdelen dulden. De ontucht gebeurde overigens nooit met de drie mannen in elkaars gezelschap. De hoogbejaarde G. en Van H. kennen elkaar niet. Het was telkens de Nieuwegeiner die de Roemeense en zijn dochter verhuurde en dan zelf ook meedeed. Eén keer mocht G. gratis ontucht plegen met de 11 jarige. Als verjaarscadeautje.

Uit financieel onderzoek van de recherche blijkt dat de Nieuwegeiner minimaal duizend euro heeft ontvangen voor meisjes die hij aanbood. Zijn vriend Van H. trachtte twee weken geleden voor de rechtbank nog zijn daden te vergoelijken door te zeggen dat hij het geld niet had betaald, maar uitgeleend.

Met het 11 jarige meisje gaat het volgens haar advocaat naar omstandigheiden goed. Ze gaat naar school en voelt zich vertrouwd bij haar pleeggezin. Over de misbruikte dochter van De K. is niets bekend.

Je vraagt je echt af wat voor straf je zo iemand zou moeten geven. Als Officier van Justitie zou je best eens creatief mogen zijn. De volgende artikelen hebben betrekking op de zaak:
273a,3,2 mensenhandel 8 jaar, eventueel:
273a,4 in gemeenschap 10 jaar
274 slavernij 12 jaar
282a (gijzeling)
"Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt met het oogmerk een ander te dwingen iets te doen of niet te doen wordt als schuldig aan gijzeling gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren."
240 b kinderporno 4 jaar
242 Verkrachting 12 jaar
Ik neem aan dat de Officier van justitie alleen artikel 273a ten laste wil leggen. Daar staat een maximumstraf op van 8 jaar, maar die zal wellicht niet geeist worden. Mijns insziens moet het echter ook mogelijk zijn om de artikelen 282a ('gijzeling met bedreiging'), 242 (verkrachting) en 240n (kinderporno) ten laste te leggen. Omdat een en ander lang heeft geduurd, er herhaalde verkrachtingen zijn geweest, mag daar best de maximumstraf voor opgelegd worden.
In het Nederlands recht is het zo dat je straffen die bij een zaak worden opgelegd, niet achter elkaar hoeft uit te zitten. De rechter heeft echter wel de mogelijkheid om bij meerdere feiten, de straf te verhogen met 1/3e van de maximumstraf van het tweede feit.
Dat betekent dat de rechter hier 15+1/3x12=19 jaar op kan leggen. Het is niet te verwachten dat hij dat doet, het zal wel 2 jaar worden, maar het is nogal wat, het langdurig gevangenhouden, verkrachten en terroriseren van 2 jonge meisjes. Daar past alleen de hoogste straf.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Blunders in verdwijningsonderzoek Bonaire

Lichaam Marlies gevonden

Het lijkt steeds duidelijker te worden dat er in de vermissingszaak van Marlies van der Kouwe op Bonaire grote blunders gemaakt zijn. De politie is aanvankelijk nauwelijks serieus op de zaak in gegaan. Nadat de bewaker van het electricteitsbedrijf op het horen van Marlies' gegil de politie had gebeld. Werd er lauw gereageerd. Agenten die ter plaatse gingen kijken vonden een fiets en twee teenslippers. Ze haalden slechts hun schouders op. Ook de volgende twee dagen -toen vrienden van Marlies navraag gingen doen bij de politie- werd er geen actie ondernomen. Pas maandag werd de onderzoeksleider Schagen ingelicht over de verdwijning van Marlies.


Inmiddels is er een man aangehouden ivm de verdwijning van Marlies. De verdachte is een man uit Kralendijk. Meer informatie wilde de politie niet geven. Volgens de radiozender Boz di Boneiru zou de verdachte net een gevangenisstraf hebben uitgezeten van acht jaar in de Bon Futuro gevangenis wegens seksueel geweld. Hij zou sinds twee à drie maanden op vrije voeten zijn gesteld, aldus de zender. Het gaat om Rayan Pieters. Pieters heeft in 2002 een Tjechische toeriste verkracht. Eerder al -toen hij 16 was- verkrachte hij een echtpaar dat hem betrapte bij een inbraak.

In verband met de arrestatie zouden op twee plekken huiszoekingen zijn verricht in de wijk Tera Kora. De verdachte zou werkzaam zijn in het Bonaire Plaza Hotel.

Woensdag werd op het eiland een ander meisje ontvoerd. Het ging om een Nederlands kind van 8 jaar dat zichzelf wist te bevrijden. De politie heeft voor deze zaak twee verdachten aangehouden. Volgens de woordvoerder ging het om een "bizar toeval". Justitie ziet geen verband tussen beide zaken.

De politiechef van Bonaire John Schagen is destijds in Nederland betrokken geweest bij de zaak van René Lancee, de Schiermonnikoogse korpschef die ten onrechte werd opgepakt op verdenking van incest. Schagen is toen altijd blijven volharden in zijn geloof in de schuld van Lancee. Is zijn huidige functie op Bonaire dan ook een echte promotie of is het meer wegpromoveren? Enige tunnelvisie is hem dus niet vreemd. Dat geldt ook voor een andere functionaris op de Antillen: Officier van Justitie mr. David van Delft, de OvJ die destijds met de benodigde 'smoke and mirrors' Frenky P., de leider van de zgn. bende van Venlo, levenslang heeft bezorgd.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

donderdag 25 september 2008

8 jaar voor kastmoord Nuth

De rechtbank in Maastricht heeft de twee Britse verdachten in de zgn 'kastmoordzaak' veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar wegens doodslag. Het misdrijf, waarbij Jonathan  Kennedy (31) uit Schotland door messteken om het leven kwam, vond in januari 2007 plaats.

Ier zitting vorderde de officier van justitie vrijspraak voor verdachte Paul M. (33) en veroordeling tot 9 jaar voor moord voor de andere verdachte Roy M. (41). Wel eiste hij 20 maanden tegen Paul M voor het wegmaken van een lijk. Beide raadslieden vroegen vrijspraak voor hun cliënten. Eén verdachte heeft altijd ontkend het slachtoffer om het leven te hebben gebracht, de andere verdachte heeft ter zitting zijn bekennende verklaring ingetrokken. Er is onvoldoende bewijs om te kunnen vaststellen wie het slachtoffer heeft gedood.

Volgens de rechtbank staat vast dat vanaf een bepaald moment naast het slachtoffer enkel nog beide verdachten in de desbetreffende nacht in het pand (een kamerverhuurbedrijf) aanwezig waren. Kort daarop is het slachtoffer overleden. In deze korte periode is het slachtoffer in ieder geval door één verdachte geslagen tegen het hoofd en door de andere verdachte minstens één keer gestoken. Deze eerste steek heeft niet de dood van het slachtoffer veroorzaakt. Wie wel de dodelijke steek heeft toegebracht, kan de rechtbank niet vaststellen. Vast staat, dat één van beide verdachten dat moet zijn geweest.

Omdat binnen een korte tijd in een kleine ruimte,  door beide verdachten ernstig geweld is uitgeoefend op het slachtoffer, gaat de rechtbank ervan uit dat er van medeplegen sprake is, wat tot gevolg heeft dat beiden strafrechtelijk voor de dood verantwoordelijk zijn.

De rechtbank betrekt bij dat oordeel vooral de vele onverklaarde omstandigheden, zoals het feit dat uit forensisch onderzoek is gebleken dat bloed van het slachtoffer is aangetroffen op schoenen en sokken van één van de verdachten, het feit dat DNA van deze verdachte ook is gevonden op de schuurspons waarmee in de woning is schoongemaakt, deze verdachte wist hoeveel messteken het slachtoffer in de borst had, waar het lichaam van het slachtoffer was verborgen, terwijl deze verdachte nooit bij de autoriteiten melding heeft gemaakt van het feit dat het slachtoffer na die nacht niet meer is gezien.

Wat betreft de andere verdachte acht de rechtbank het van belang dat zijn DNA is aangetroffen op het dekbedovertrek waarachter het lichaam van het slachtoffer was verborgen in de muurkast, hij volgens uitingen tegenover de moeder van het slachtoffer wist dat het slachtoffer dood was, nog voordat het stoffelijk overschot was gevonden en het feit dat deze verdachte evenmin bij de autoriteiten melding heeft gemaakt van verdwijning van het slachtoffer. Al deze onverklaarde omstandigheden wijzen op betrokkenheid van beide verdachten bij de dood van het slachtoffer.

Desalniettemin is 8 jaar voor doodslag of 9 jaar eis voor moord niet veel.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Dode bij schietpartij in Bon Futuro gevangenis

Vanmorgen om tien over tien is een gevangene in de Bon Futoro gevangenis, Cornelis Walker (39), doodgeschoten in de gang voor het Vocational building van de Bon Futuro-gevangenis. De revolver waarmee de dader Walker doodschoot werd aangetroffen naast het lichaam. De dader(s) is(zijn) nog onbekend.

Tegen Walker was eerder deze maand levenslang geëist door het Openbaar Ministerie. Walker was tien feiten ten laste gelegd, waaronder diefstallen van dure auto's, twee aanslagen en een moord met een machinegeweer.

In de Bon Futoro gevangenis zijn sinds 2004 vijf gedetineerden om het leven gekomen. Vier daarvan werden doodgeschoten met een vuurwapen. De wapen zijn hierbij altijd teruggevonden, maar de daders nooit.

Vuurwapens blijven een grote bron van zorg in de gevangenis. Soms worden wapens bij het binnensmokkelen gevonden, maar er komen er nog genoeg door de controle.

De gevangenis heeft veel gangen en corridors en een tekort aan cipiers wardoor geweld relatief vaak voorkomt. Het motief van de schietpartijen ligt meestal in de afrekeningssfeer. Walker heeft met zijn daden kennelijk veel vijanden gemaakt. Voor de rechter gaf hij aan dat hij dit deed omdat hijzelf anders het leven zou laten.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

woensdag 24 september 2008

Vrijspraak in hoger beroep voor moord op Daan van Es

Toon P. (44) die in eerste instantie door de rechtbank in Roermond veroordeeld was tot 16 jaar voor de moord op discotheekeigenaar Daan van Es bij een overval tijdens carnaval op 27 februari 2006 in Nederweert, is door het hof van Den Bosch vrijgesproken.

Dat was niet onverwacht omdat hij vorige week 16 september 2008 de uitspraak al in vrijheid af mocht wachten.

Het is opmerkelijk dat iemand die aanvankelijk veroordeeld is, bij hoger beroep, op dezelfde feiten direct al wordt vrijgelaten omdat het Hof niet verwacht dat hij veroordeeld zal worden. Het Hof veegde in principe alle bewijzen van tafel en alleen daarom is het vonnis al de moeite van het lezen waard (LJN: BF2188).

De kernvraag draaide om hoe waarschijnlijk het nou was of een in het lichaam van Toon P.  gevonden kogel afkomstig was uit de revolver van Van Es. Volgens NFI 'deskundige' mevrouw Pauw-Vugts, was het 'waarschijnlijk' dat de gevonden kogel uit die revolver afkomstig was. Volgens door advocaat Knoops gebezigde deskundige was het op zijn hoogst 'mogelijk'.

Het OM bezigde echter een aantal punten van bewijs die zij met 'Bayesiaanse' statistiek aan elkaar verbonden en daarom tot het oordeel 'schuldig' kwamen.
Het ging hierbij om de volgende punten.

  1. Het deskundigenrapport van mevrouw P. Pauw-Vugts, vast gerechtelijk deskundige van het NFI, dat als conclusie heeft dat het "waarschijnlijk" is dat de aangetroffen kogel in de bovenbuik van verdachte afkomstig is van de revolver van de heer van Es;
  2. Het afzetten van verdachte bij de EHBO post van het Maxima Medisch Centrum te Veldhoven door een onbekende persoon met een bivakmuts op zijn hoofd;
  3. Het feit dat de afstand tussen de plaats van het delict en de plaats van afzetten van verdachte bij het ziekenhuis binnen 32 minuten te overbruggen is met een auto;
  4. Een door de politie afgeluisterd openlijn gesprek uit 2002 waaraan verdachte deelnam en waarin gesproken werd over aandachtspunten die van belang zijn voor het plegen van een overval; een overval die opmerkelijke overeenkomst vertoont met de wijze waarop de overval op de heer van Es en mevrouw van Es plaatsvond;
  5. Een gesprek op 17 februari 2006 gevoerd met de gsm van verdachte vanuit Nederweert;
  6. Een opengevouwde kaart van Limburg, aangetroffen in de woning van verdachte;
  7. CIE-info van maart en april 2006 waarin verdachte als een van de daders van de overval op de heer  en mevrouw van Es genoemd wordt, alsmede diverse anonieme meldingen met dezelfde informatie;
  8. Het feit dat verdachte bij politie en justitie bekend staat als (potentiële) pleger van gewapende overvallen.
De rechtbank maakte hiermee korte metten:
Ten aanzien van:
a. "waarschijnlijk" is nummer 3 op een 5 punts waarschijnlijkheidsschaal, na 'aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' en ‘hoogst waarschijnlijk' en kan daarom zonder nader bewijs niet voldoende zijn om iemand te veroordelen.
g. en h. zijn géén bewijs in strafrechtelijke zin en worden daarom buiten beschouwing gelaten.
b, c, d, e en f zijn ieder voor zich en in onderling verband beschouwd te indirect en te weinig significant om in voldoende mate bij te dragen aan de omstandigheid onder a, om de voor bewezenverklaring wettelijk vereiste zekerheid te bereiken dat verdachte een van de daders van de overval in Nederweert was.

Volgens het Hof doet de ‘Bayesiaanse’ methode van interpreteren die het OM volgt daar niets aan toe of af om twee redenen:

  1. Omdat het enkele feit dat de ene hypothese (verdachte is de dader) waarschijnlijker is dan een andere hypothese (verdachte is neergeschoten in Eindhoven) nog niet per definitie met zich brengt dat ten aanzien van de waarschijnlijkere hypothese de wettelijk vereiste drempel van zekerheid tot bewezenverklaring genomen is.
  2. Vervolgens niet om de volgende redenen. De advocaat-generaal poneerde de stelling dat het scenario van verdachte (verdachte is neergeschoten in Eindhoven) dermate onwaarschijnlijk is dat er bij de beantwoording van de vraag of verdachte een van de daders van de overval te Nederweert is "geen ruimte meer is voor enige of geringe twijfel aan betrokkenheid bij de overval, die de loutere wetenschappelijke benadering op het eerste gezicht nog openliet". Deze stelling miskent dat in het wettelijke bewijsstelsel een ongeloofwaardige verklaring van een verdachte alleen tot bewijs van zijn daderschap kan bijdragen indien met wettelijke bewijsmiddelen aangetoond kan worden dat die ongeloofwaardige verklaring een leugen is die bestemd is om de waarheid te bemantelen. Van die wettelijke bewijsmiddelen is echter geen sprake. Overigens merkt het hof op dat de Bayesiaanse methode zoals toegepast door de advocaat-generaal, uitgaat van de onjuiste veronderstelling dat verdachte verklaard heeft dat hij in Eindhoven is neergeschoten. Verdachte heeft dat niet verklaard, maar wel dat hij niet weet waar en door wie hij neergeschoten is, waarbij hij de mogelijkheid van neerschieten in Eindhoven noemt.

Wat betreft de ‘Bayesiaanse methode’, dit is een fundamenteel andere statistische benadering dan de traditionele methode en heeft onder meer te maken met de persoonlijke overtuiging van degene die de te testen theorie op zet. Een goed en helder artikel over het gebruik van de Bayesianse methode in de forensisiche wetenschap is hier te vinden.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook