donderdag 24 juli 2008

Tik op de vingers voor moord op Halima Fatehmahomed

De rechtbank in Rotterdam heeft donderdag Arshad A. (42) een Rotterdammer van Pakistaanse afkomst, veroordeeld tot zeven jaar en acht maanden gevangenisstraf voor de moord op zijn ex-vriendin, de oorspronkelijk Surinaamse Halima Fatehmahomed (22).

De rechter acht bewezen dat Arshad A. haar op 30 oktober 1990 heeft gedood door haar met een steen op het hoofd te slaan en haar daarna te wurgen. Het stoffelijk overschot van de vrouw werd op 14 december 1990 gevonden in de tuin van een slooppand aan de Lange Hilleweg in Rotterdam-Zuid.

Advocaat Jaap Spigt vindt dat het bewijs tegen zijn cliënt berust op aannames. Hij sprak donderdag van hink-stap-sprongbewijs. Hij raadt A. aan in beroep te gaan. Of die dat ook doet, weet Spigt later deze week.

Het Openbaar Ministerie (OM) had acht jaar geëist. De rechtbank legde die straf in feite ook op, maar trok er vijf maanden af, omdat een medewerker van het OM op donderdag 3 juli een samenvatting van het dossier in de trein liet liggen. Dit zou A. kunnen schaden.

A. zat begin jaren negentig al eens als verdachte in voorarrest in deze zaak. Hij kwam vrij in 1991 omdat justitie te weinig bewijs tegen hem had. Een nieuwe getuigenverklaring in 2005 leidde zorgde voor heropening van de zaak: de ex-vrouw van A. verklaarde dat zij hem die avond onder het bloed thuis had zien komen. A. was met verlof uit de gevangenis toen hij opnieuw werd opgepakt. Hij zat sinds 1999 vast voor een dodelijke schietpartij, waarvoor hij twaalf jaar celstraf had gekregen.

Volgens het OM vermoordde A. Halima onder meer omdat zij een belastende verklaring tegen hem had afgelegd wegens zijn frauduleuze praktijken bij de sociale dienst.

Zeven jaar en acht maanden, voor moord, dat is niet veel.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook