zaterdag 6 september 2008

Van Koppen versus Brouwer

In Nova (6.9.08) ging Harm Brouwer, de hoogste baas van het OM, in debat met Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie, over juridische missers. Van Koppen is een van de grootste criticasters van Brouwer en, zoals Nova hem omschreef, een luis in de pels van justitie. Hij heeft een fiks aantal missers op heldere wijze blootgelegd.

De Schiedammer parkmoord is een zo’n voorbeeld. Van Koppen fileerde de werkwijze van het OM en dat leverde hem een forse dosis kritiek van de - toenmalige - hoogste baas van het OM op. Maar het einde van het liedje was dat het OM uiteindelijk door het stof moest. De onterecht veroordeelde Cees B. kwam alsnog vrij.

Van Koppen pleit voor een onafhankelijke commissie om te onderzoeken of een strafzaak heropend moet worden. Brouwer wil daar echter niets van weten. Hij is, anders dan zijn criticaster, van mening dat de rechterlijke macht die klus zelf wel kan klaren. Het is allerminst een kwestie van een slager die zijn eigen vlees gaat keuren. “Wie heeft Schiedam uiteindelijk onderzocht? Wie heeft publiekelijk verantwoordelijkheid afgelegd? Dat was het Openbaar Ministerie.” Van Koppen wees er vervolgens fijntjes op dat drie jaar voor het verschijnen van commissie Postumus (die de zaak Cees de B. onderzocht) zijn boek over de parkmoord geschreven had. Brouwer kon niet anders dan hem gelijk geven. Hij paste het voorbeeld aan. Het OM was in staat gebleken in de zaak Lucia de B. met voor zichzelf pijnlijke conclusies te komen.

Brouwer is ook niet erg te spreken over de wijze waarop Van Koppen in de media opereert. “Dat is de Peter van Koppen in de buurt van een camera, in de buurt van een microfoon, voor een volle zaal, Waarbij al de nuances, die ik zo vaak aantref in zijn wetenschappelijk werk, er niet meer lijken te zijn. En dan is het net alsof er uit de heup geschoten wordt." Van Koppen merkt op dat hij nauwelijks invloed kan uitoefenen op de wijze waarop de journalistiek opereert.
Brouwer maakt zich schuldig aan een persoonlijke aanval door Van Koppen mediageilheid te verwijten. Van Koppen is niet verantwoordelijk voor de wijze waarop hij inhet nieuws komt.
Daardoor jaagt hij - volgens Brouwer - veel OM'ers in de gordijnen. En arme Brouwer moet dan alle zeilen bij zetten om zijn mensen ervan te overtuigen dat Van Koppen wel een belangrijke boodschap heeft. Punt is dat steeds criticasters de feiten hebben aangedragen die leidden tot een herziening. OM en rechters volgden schoorvoetend.

Dat blijkt ook uit de zaak Lucia de B. Brouwers haalde dit voorbeeld aan, om aan te tonen dat het OM wel degelijk een zelfreinigend vermogen had. Die verwijzing is erg ongelukkig. Het kostte Ton Derksen en Metta de No heel veel moeite om de zaak aan het rollen te krijgen. Het OM was in deze zaak niet de meest vooruitstrevende partij. In tegendeel zelfs. Ook hier reageerde het OM pas na de maatschappelijke commotie. Het OM had ook hier de wendbaarheid van een olietanker.
Dat het OM daarna ook iets onaardigs over zichzelf zei, heeft niet in eerste instantie te maken met het zelfreinigend vermogen. Het OM stond met het mond vol tanden, toen ene Wick werd opgepakt en en passent bekende de hoofdrolspeler in de Parkmoord te zijn.

Toen eenmaal Wik H. zich had gemeld als dader was het duidelijk hoe groot de fout was en toen deed de Commissie Posthumus in feite wat onvermijdelijk was. Wat er gebeurd is met de Officier van Justitie die bij de rechter gelogen had wilde Brouwer niet zeggen. Dat was om zijn mensen te beschermen.

Al met al stelde Brouwer teleur, hij saboteerde de discussie vaak met drogredenen en eigenlijk was zijn insteek: "Wij doen het goed, ja er zijn fouten gemaakt maar we hebben het nu allemaal onder controle". "Vertrouw ons nu maar"
Dat er veel mensen ten onrechte gevangen zaten wees Brouwer van de hand, want 'dat cijfer klopte niet'. Hij zei dat een rechter natuurlijk nooit altijd alles zeker kon weten en dan een beslissing moest nemen, maar dat hij daarvoor opgeleid was. Alsof dat het nemen van goede beslissingen garandeert.

Met de houding van Brouwer is er niet veel goeds te verwachten uit de koker van justitie.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Moeder gezin aangehouden voor dubbele moord in Badhoevedorp

dahne_farquharson346816i De verdachte die vrijdag is aangehouden na de ontdekking van twee lichamen in een villa in Badhoevedorp is de 63-jarige moeder van het gezin, Elzelien Farquharson-Kooy.

De politie onderzoekt welk aandeel zij heeft gehad in de dood van haar 61-jarige man en dochter van 22, zo heeft de politie zaterdag bekendgemaakt.

De twee doden Vader Cyril en dochter Daphne (foto) Farquharson, werden in de nacht van donderdag op vrijdag aangetroffen in de woning aan de Prins Clauslaan 7. Ze zijn door een misdrijf om het leven gekomen. De vader was een gepensioneerde piloot.
Daphne woonde al enkele jaren in Maastricht en was zeer actief in het studentenleven. Zo schreef ze voor het blad van de juridische faculteitsvereniging Ouranos. Tevens was ze lid van de evenementencommissie.

De villawijk werd afgezet en een rechercheteam is daarna met een uitvoerig onderzoek begonnen. De vrouw, een ex-stewardess, is in de loop van vrijdag aangehouden.

Volgens buurtbewoners was het echtpaar getraumatiseerd door de dood van hun zoon, die enkele jaren geleden verongelukte met zijn scooter. Dochter Daphne zou onlangs hebben opgemerkt dat “mama de laatste tijd zo raar deed” en ook buren zeggen dat Elzelien meer dan ooit uit haar doen was.

Update 7 sept 2008
De vrouw heeft vandaag bekend haar dochter en echtgenoot om het leven te hebben gebracht. Daarna zou zij geprobeerd hebben zelfmoord te plegen door tegen een boom te rijden.

Update 16 december 2008
Tijdens een rechtszitting bleek dat vader en dochter met een bijl waren vermoord.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Malika K helemaal geen gezochte Mata Hari

Het begint er steeds meer op te lijken dat de ophef en sensatie over Malika Karoum -zogezegd een internationaal opererende infiltrante en misdadigster- volkomen opgeklopt is. De verhalen lijken meer te komen uit de koker van  Jacques Smits (foto), oprichter van de stichting Kinderontvoering en naar eigen zeggen (maar niet waar) oud-politieman. Smits werd door de ex-man van Malika ingeschakeld in een poging de zeggenschap over zijn kind terug te krijgen.

Malika wordt in ieder geval niet 'gezocht' door justitie in verband met criminele praktijken al staat zij wel gesignaleerd in verband met de voogdijzaak tussen haar en haar ex-man, de streng islamitische Mohammed Boulnouar, met wie zij in 1996 trouwde.

Boulnouar frequenteert de beruchte El Tawheed-moskee in Amsterdam en ergert zich mateloos aan de zich in zijn ogen te westers gedragende Malika. De ruzies tussen hen worden steeds feller en leiden ertoe dat Malika in 2004 een scheiding aanvraagt en met haar kind naar een schuiladres uitwijkt. "Ze werd stelselmatig lichamelijk en geestelijk mishandeld", vertelt haar echtscheidingsadvocaat mr. Christiane Zillikens. "Er was ook sprake van bedreigingen en verkrachtingen. De terreur van die man gebeurde voor de ogen van het kind."

Alle beweringen dat zij op het foute pad zou zijn geraakt komen uit de koker van Smits, terwijl het er in werkelijkheid op lijkt dat zij gevlucht is voor het geweld van haar man.

De Amsterdamse advocaat van Malika, mr. Han Jahae, stelt dat zijn cliënt uitsluitend vanwege een voogdijverschil door justitie is gesignaleerd. "Vanwege de geruchten heb ik geïnformeerd bij het landelijk parket en het openbaar ministerie in Amsterdam. In beide gevallen is me verzekerd dat Malika niet wordt gezocht. Ook over haar veronderstelde betrokkenheid bij een moord in Amsterdam (de liquidatie van de Brit John Cowmeadow), kreeg ik te horen, dat ze in dat onderzoek geen verdachte is", aldus mr. Jahae.

Malika heeft in Dubai -waar zij nog gewoon woont en werkt- inmiddels aangifte gedaan tegen Jacques Smits.


Zie ook Infiltrante loopt over??

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

‘Mijn leven is kapot’

Hoe Kenneth Koseyem Ehigiene (40) onterecht in de Bijlmerbajes zat voor drugshandel
door Ruth Hopkins
‘Op 18 december 2002, midden in de nacht, wekte de voordeurbel me uit een diepe slaap. Buiten vroor het. Half wakker stommelde ik in mijn badjas naar de deur. Toen de bel een tweede keer hard en indringend rinkelde, wist ik dat er iets aan de hand was. Voor de deur stonden ongeveer acht politieagenten.

‘U staat onder arrest’, meldden ze mij. Voordat ik wat terug kon zeggen, duwden ze me tegen de muur en boeiden snel mijn handen. Mijn vrouw, kinderen en mijn moeder werd gezegd zich stil te houden. ‘U bent een grote drugshandelaar’, zei een van de agenten toen ik hem vroeg waar ik van verdacht werd. ‘U hebt toch de Nigeriaanse nationaliteit?’

„Jullie hebben de verkeerde voor je. Ik ben Kenneth Ehigiene en ik heb de Nederlandse nationaliteit. Ik ben een zakenman en heb niets met drugs te maken’, zei ik met overslaande stem. Mijn handen trilden. ‘Interessant.’ Dat is het enige wat die agent terug zei.

Mijn dochtertje keek toe hoe zij mij geboeid afvoerden. Buiten stond me een nog grotere verrassing te wachten. De hele buurt was afgezet. Ik werd als een topcrimineel afgevoerd in een cordon politiebusjes.

Na een kort en surrealistisch verhoor kwam ik terecht in een cel in op het politiebureau Marnixstraat in Amsterdam. Die eerste nacht kan ik me nog zo goed herinneren. Ik zat op de rand van mijn bed. Mijn gedachten gingen rond in hetzelfde cirkeltje. Dit kan toch niet waar zijn?

Dat dacht ik steeds. Ik had geen strafblad, had nooit iets met drugs te maken gehad. Ik had toen twee winkels; een fotozaak en een internetwinkel in de Bijlmer. Ik wachtte. Tot de celdeur open zou gaan en de politie verontschuldigingen zou aanbieden. Tot ik weer vrij zou zijn.

Maar tijdens het verhoor zeiden de rechercheurs dat ik een gezocht man was in Duitsland. De Duitsers verwachtten dat ik binnen enkele weken zou worden uitgeleverd. Ik belde mijn echtgenoot en mijn moeder, die bij ons in huis woont. Zij vertelden me dat de politie het hele huis overhoop had gehaald. Allerlei meubels en ook mijn auto waren beschadigd. ‘Dit is een test van God, nu moet je bidden’, zei mijn moeder tegen me.

De volgende dag stond ik voor de rechter-commissaris om te horen waarvan ik werd verdacht. De rechter zei dat ik was gesignaleerd bij het Amsterdamse Centraal Station, waar ik een drugsdeal zou hebben gesloten. Later zou ik een grootschalige heroïnehandel van Turkije naar Europa hebben opgezet.

In Duitsland staat daar 15 jaar voor. Een medeplichtige en een schoonzus van mij hadden een vaag fotootje van mij herkend. Maar op die foto stond een man – ene Michael of Mike - die niet op mij leek!

Aangezien ik in de ogen van de politie nu een grote crimineel was, kwam ik in een ‘beperkt’ detentieregime in de Bijlmerbajes terecht. Ik mocht alleen mijn advocaat spreken, niet buiten luchten, geen contact onderhouden met mijn familie of medegedetineerden.

Kerst en Oud en Nieuw gingen in stilte aan me voorbij. De Duitsers hadden de Nederlandse autoriteiten gevraagd een foto van mij te sturen. Eigenlijk had de politie op dat moment politiefoto’s van mij moeten maken, maar dat gebeurde niet. Ze stuurden een vage foto.

Drie maanden na mijn arrestatie vond de eerste rechtszaak plaats. Ik had 51 bewijsstukken verzameld waaruit bleek dat ik niet in Turkije kon zijn op de momenten waarop Mike in Antalya heroïne handelde. Ook had ik een Duitse advocaat ingeschakeld die in Duitsland de uitlevering aanvocht.

Tegen de Nederlandse rechter zei ik dat er een misverstand was, dat ik niet degene was die ze zochten. Het was zelfs fysiek onmogelijk; ik kon niet op een en dezelfde dag een gesprek met mijn advocaat hebben, of sporten in een Amsterdamse sportschool of een Microsoft examen afleggen en tegelijkertijd drugs dealen in Antalya.

Maar de rechter zag het anders; ik kon al deze dingen doen en vervolgens kon Mike – alias Kenneth Ehigiene – op een vliegtuig naar Turkije springen. Ik wilde mijn foto en die van Mike aan de rechter geven zodat zij het verschil zou kunnen zien, maar ze weigerde zelfs te kijken.

De Duitsers hebben deze strafzaak gestart, zij verrichten net als de Nederlanders degelijk onderzoek, dus de Nederlandse rechter beoordeelt de zaak niet inhoudelijk, redeneerde ze. Ze keek me uitdrukkingsloos aan. Ik mocht terug naar mijn cel.

Wanhopig was ik. Onaangekondigd was ik in een Kafkaëske nachtmerrie terechtgekomen. Er was maar één beroepsmogelijkheid; de Hoge Raad. Topadvocaat Spong zou mijn zaak bepleiten.

Ondertussen had een Duitse professor de foto’s van mij en Mike bestudeerd en geconcludeerd dat we absoluut twee verschillende personen waren. Toen de procureur-generaal van de Hoge Raad zelfs zei dat hier duidelijk sprake was van persoonsverwisseling, hoopte ik voorzichtig dat ik snel vrij zou zijn.

Maar de Hoge Raad oordeelde op 8 juli – zeven maanden na mijn arrestatie – dat ik toch moest worden uitgeleverd aan de Duitsers. Mijn advocaat deelde het me telefonisch mee, in korte zakelijke zinnen: ‘U moet maar een zaak in Duitsland beginnen’, zei hij en hing op.’s Nachts in mijn cel draaide ik door, ik had suïcidale gedachten. Soms was ik zo ver heen dat ik dacht dat ik iemand anders was.

Mijn laatste strohalm van hoop was de rechtszaak die ik in Duitsland was begonnen. De Duitsers vroegen de Nederlandse autoriteiten meermaals politiefoto’s van mij te sturen; iets dat ze meteen na de arrestatie hadden moeten doen. Dit gebeurde pas na de uitspraak van de Hoge Raad.

Toen de Duitse rechter eenmaal de politiefoto’s onder ogen kreeg en het rapport las van de Duitse deskundige, werd het uitleveringsverzoek direct ingetrokken. Zij zagen meteen dat ik en Mike niet op elkaar lijken. Een tweede keer werd ik onaangekondigd gewekt uit mijn slaap. Dit keer vertelden twee gevangenisbewaarders dat ik een vrij man was.

Op 29 juli 2003 keerde ik terug naar mijn huis en gezin. Eind goed al goed, zou je denken. Maar vanaf dat moment startten mijn problemen pas echt. Ik had last van depressies en ik kon niet slapen. Mijn huwelijk liep door alle spanningen op de klippen. Zo goed en zo kwaad als het ging, probeerde ik weer de draad op te pakken in mijn werk.

Maar de politie liet me niet met rust. Ze weigerden mijn in beslaggenomen spullen terug te geven. Eind 2004 vond nog een inval plaats toen ik niet thuis was. Zonder een huiszoekingsbevel doorzochten agenten mijn kasten, keken onder meubels en in mijn computer.

Samen met mijn goede vriendin Regina Andresen van Stichting Humanity, bezocht ik het politiestation, op zoek naar een verklaring. ‘We zochten illegalen’, was hun merkwaardige antwoord. Nu dus geen drugs maar illegalen? Enkele maanden later was er een inval in mijn fotozaak. Weer waren ze op zoek naar illegalen. ‘Wacht maar, de Duitsers kunnen nog met je lachen’, zei een van de agenten.

Februari vorig jaar stond er opeens een aantal agenten in mijn internetwinkel. Alle klanten moesten op de grond liggen. Toen ik kwam toegesneld, weigerden ze mij uit te leggen wat er aan de hand was. Eind mei van dit jaar stonden enkele agenten weer onaangekondigd in mijn winkel. Ze draaiden eerst de beveiligingscamera’s naar het plafond voordat ze mij verhoorden.

Na deze incidenten ging het bergafwaarts met mijn zaken. Uiteindelijk ben ik de fotozaak en mijn zakenpartner kwijtgeraakt. Oktober 2007 was er weer een inval in een huis dat ik verhuur. Een nacht lang werd ik vastgehouden in een politiecel. ‘U heeft 5 aliassen, en staat in Duitsland gesignaleerd voor drugshandel, wist u dat?’, vroeg de verhorende agent mij.

Hoewel de overheid in Duitsland en Nederland mij verzekerden dat ik niet langer stond gesignaleerd op de Interpollijst, krijg ik elke keer problemen als ik naar het buitenland reis. Onlangs werd ik zelfs kort gedetineerd op Gatwick Airport vanwege mijn ‘strafblad’.

Ik kan soms nog steeds niet geloven wat er gebeurt. Mijn diepe geloof in God is het enige positieve dat uit deze treurige gebeurtenissen is voortgekomen. Als ik niet mijn God had, was ik al lang doorgedraaid.

De Nederlandse overheid heeft mij, een onschuldig man, bijna acht maanden lang gevangen gehouden vanwege hun eigen nalatigheid. Als ze hadden gezegd ‘sorry, we hebben een fout gemaakt’, dan lag er nu geen baksteen op mijn hart. Dan was ik opgelucht en bevrijd. Ik ben namelijk geen haatdragend mens. Maar ze hebben nooit excuses aangeboden.

Journalist Peter R. de Vries heeft in een van zijn uitzendingen aan de officier van justitie gevraagd hoe deze zaak zo fout kon gaan. Maar zij bleef volhouden dat er geen fouten waren gemaakt. Ik ben een civiele procedure gestart om schadevergoeding te vorderen. Alleen al de advocaatkosten zijn ongeveer 60.000 euro. De totale schade bedraagt 250.000 euro.

Maar tot nu toe wil de Nederlandse overheid maar 46.000 euro vergoeden. Voordat dit gebeurde had ik een groot vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat. Nu wantrouw ik de Nederlandse instituties en de mensen die er werken. Ik voel me onveilig in dit land. Mijn leven is kapot. Ik lig er nog steeds wakker van.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook