maandag 28 december 2009

Uitspraak negen jaar voor poging tot doodslag

De rechtbank heeft een 51–jarige man uit Ulft veroordeeld tot negen jaar cel wegens poging tot doodslag en verboden wapenbezit. Een 46–jarige vrouw uit Arnhem is vrijsproken van poging tot doodslag, maar veroordeeld voor verboden wapenbezit tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.

De officier van justitie H.J. Timmer heeft twee weken geleden tegen de man negen jaar cel en tegen de vrouw zeven jaar cel geëist wegens het medeplegen van poging doodslag en verboden wapenbezit.

De vrouw had op 9 november 2008 het toen 47 jarige slachtoffer uit Didam in haar flat aan de Rosendaalsestraat ontvangen voor een prostitutieafspraak. Vervolgens ontstond er een onduidelijke situatie waarbij de man en het slachtoffer in gevecht raakten en de vrouw naar de slaapkamer van haar zoon is gegaan. Bij het gevecht heeft de man een vuurwapen (Walther P99) getrokken en wordt hij om onduidelijke reden eerst zelf in zijn pols geraakt. Daarna heeft hij twee keer geschoten waarbij het slachtoffer zeer ernstig gewond is geraakt. Het slachtoffer heeft hersenletsel opgelopen en zal de rest van zijn leven hulpbehoevend blijven.

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs aanwezig is om de vrouw te kunnen veroordelen voor poging tot doodslag. Zij heeft niet geschoten en toen er uiteindelijk geschoten werd, was zij niet meer aanwezig in de woonkamer waar geschoten werd.

Wel heeft zij na de schietpartij het wapen opgepakt, in een duster gewikkeld en samen met de man naar de buren gebracht. Daarmee acht de rechtbank het verboden wapenbezit wettig en overtuigend bewezen.

De man heeft bekend dat hij heeft geschoten, maar heeft gesteld dat hij dat uit zelfverdediging heeft gedaan. Zijn advocaat mr. J.P.A. van Schaik, heeft tijdens de zitting ook bepleit dat hij zou moeten worden vrijgesproken, omdat er mogelijk een derde heeft geschoten in plaats van de man.

De rechtbank is tot een bewezenverklaring gekomen en heeft de alternatieve verklaring van de raadsman terzijde geschoven, omdat die niet wordt ondersteund door enig bewijs. Van zelfverdediging is volgens de rechtbank geen sprake. Het slachtoffer en de man raakten in gevecht en om er een einde aan te maken heeft de man besloten een wapen te trekken. Het in deze situatie trekken van een vuurwapen is een dusdanig agressieve handeling dat er, als die situatie er al bestond, van een noodweersituatie geen sprake meer kon zijn.

De rechtbank heeft de eis van de officier van justitie gevolgd en besloten tot een gevangenisstraf van negen jaar. Het slachtoffer is voortaan afhankelijk van zorg en verblijft in een verpleeghuis, kan niet of nauwelijks meer communiceren en is deels verlamd geraakt. Daarnaast heeft de man geen enkel berouw of inzicht in zijn daad getoond en bovendien is de rechtbank bang dat hij in herhaling zal vallen.

Daarnaast heeft de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 50.000,- toegewezen aan het slachtoffer. Het slachtoffer kan nog naar de burgerlijk rechter als hij van mening is dat hij meer zou moeten krijgen.

Er zijn waren een hoop vraagtekens in de zaak. Op de hand van de Ulftenaar zijn geen kruitsporen aangetroffen, terwijl hij zegt dat hij heeft geschoten. Op de handen van de Arnhemse werd, vreemd genoeg, wel kruit gevonden.
De rechter veegde de ontlastenheid van de niet aanwezige kruitsporen van tafel: Het nieuwe wapen in combinatie met de gebruikte munitie zou slechts zéér weinig schotresten opleveren. Opmerkelijk genoeg is natuurlijk wel dat in de zaak tegen de vrouw, de rechter oordeelde dat de bij haar gevonden schotresten kwamen omdat ze het wapen opgepakt zou hebben.
Dan is er nog een tip die van de Criminele Inlichtingen Eenheid kwam. Een informant beweerde dat een derde man (mogelijk de broer van de vrouw) heeft geschoten. Er is één complicerende factor: de Didammer kon niet getuigen.

LJN BK7682 (man)

LJN BK7670 (vrouw)

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook