Tegen Jan P. uit Sliedrecht is 6 jaar en TBS geëist wegens de moord op zijn vrouw, de Filipijnse Evelyn Bartolay (36) op 11 december 2006. Jan P. rende op die dag zijn vrouw Evelyn achterna vanuit de keuken de tuin in, met in zijn handen een vlees- en een broodmes. Hij sleurde haar van de schutting waarover zij trachtte te vluchten en stak haar in blinde woede 28 keer in hals en bovenlijf. Ligt de verklaring voor deze moord in het feit dat de Sliedrechter een botte, agressieve baggerschipper is die geen tegenspraak duldt? Of had zijn echtgenote, met wie hij in scheiding lag, hem zo getergd met wispelturig gedrag dat hij wel tot deze daad moest komen? Het speelde allebei een rol, zeggen gedragsdeskundigen.
Evelyn Bartolay kon geen kant op. Haar twee jaar oudere echtgenoot Jan P. moet die maandagavond in december in de tuin bovenop haar hebben gezeten, terwijl hij haar in blinde razernij met 28 steken doodde. “Ik weet er niets meer van, maar mijn broek zat onder het bloed.”
Intussen hoorden de kinderen vanachter het gesloten rolluik hun moeder buiten gillen, tot het stil werd.
Toen Evelyn ter plekke aan massaal bloedverlies was overleden, kwam Jan P. bij zijn positieven. Hij belde zelf het alarmnummer 112 en probeerde de kinderen te kalmeren. Hij wachtte in de voordeuropening op de politie. Hij rende zelfs de politiebus achterna, die het huis aan de Sliedrechtse Douwes Dekkerstraat in eerste instantie voorbijreed. “Ineens was ik helder van geest en niet boos meer.”
P. schetste vandaag voor de Dordtse rechtbank uitgebreid de omstandigheden waarin hij tot zijn daad gekomen was. Zijn Filipijnse vrouw wilde na tien jaar huwelijk van hem scheiden, liet zij in september 2006 weten. Hoewel hij niet achter haar keuze stond, wilde P. naar zijn zeggen de scheiding ordentelijk laten verlopen en hielp hij zijn aanstaande ex waar hij maar kon.
P. vertelde de rechtbank dat hun drie tienerkinderen nota bene zelf aanstuurden op co-ouderschap. Zijn kinderen bezoeken hem nu ook vaak in het huis van bewaring, aldus P. Ze staan inmiddels definitief onder de voogdij van P.’s ouders.
P. verlangde in ruil voor medewerking aan de scheiding van zijn vrouw dat zij hem weer door de gemeente Sliedrecht zou laten inschrijven op het adres van de echtelijke woning. Zij had hem tegen zijn zin laten uitschrijven. Ondanks diverse pogingen van zijn kant om daarvoor samen op het gemeentekantoor te verschijnen, liet zij het steeds afweten.
Op de avond van Evelyns dood ging hij ’helemaal niet boos’ naar haar toe, om eindelijk een definitieve afspraak te maken. “Ik bezocht haar altijd als de kinderen er waren, om eventueel later getuigen te hebben dat ik iets wel of niet gezegd of gedaan had,” verklaarde P. gisteren.
De relatie werd namelijk al langer gekenmerkt door schelden, geweld en beschuldigingen. Wederzijds, volgens de verdachte.
“Toen ik zei dat alles geregeld zou zijn als we de volgende ochtend om beurten naar de gemeente zouden gaan, begon ze te schelden en riep dat ik helemaal niet in haar huis mocht komen. Ik raakte toen door het dolle heen. Zij is gaan lopen, de tuin in.” “Was ze zo bang voor u dan?” vroeg rechtbankpresidente mr. I. Hinfelaar zich af.
P.: “Ik denk dat ze aan mijn ogen heeft gezien dat ik toen echt boos werd.” Terwijl hij haar achterna liep, zag hij de openstaande keukenla en griste er twee messen uit. Vanaf dat moment weet hij niets meer.
Juist die laatste momenten zijn volgens Officier van Justitie mr. W. van Natijne cruciaal voor de vraag of P. moord, dan wel doodslag heeft gepleegd. Het verschil tussen die twee is dat de eerste met voorbedachten rade geschiedt.
“Moord,” meent Van Natijne. “Tussen het pakken van de messen en het moment dat hij zijn vrouw van de schutting trok, heeft P. tijd gehad om na te denken over de gevolgen van steken met messen. Misschien had hij niet het volle besef van wat hij deed, maar wel besef.”
De openbaar aanklager karakteriseerde P. vandaag op grond van het reclasseringsrapport als een ’botte en lompe’ baggerschipper, die op zijn schip in Azië niet geliefd is bij zijn personeel. “Zijn wil is wet, hij heeft een kort lontje en een starre houding in relaties.” Wat volgens Van Natijne nog veel meer in het nadeel van P. spreekt, is dat hij bijna drie weken voor het familiedrama, bij een van de keren dat hij vergeefs in het gemeentekantoor stond, tegen het personeel over zijn vrouw heeft gezegd: “Dan maak ik haar wel af. Daar heb ik wel een paar jaar voor over.”
Rekening houdend met P.’s verminderde toerekeningsvatbaarheid, eiste Van Natijne zes jaar cel.
Hij neemt ook het advies van forensisch psychiater prof. dr. H. van Marle over dat P. met dwang moet worden behandeld in een tbs-kliniek. Zelf liet P. de rechtbank weten dat hij zonder dwang behandeld wil worden. Hij wil geen tbs. “Tbs is zo negatief in het nieuws. Er hoeft maar iets te gebeuren en je wordt over één kam geschoren. Daarna is het moeilijk om nog aan werk te komen.”
Zie ook: Man bekent moord op echtgenote
De uitspraak is op 21 juni.
Update: Jan P werd tot 6 jaar en TBS wegens doodslag veroordeeld
donderdag 7 juni 2007
Eis 6 jaar cel en tbs wegens moord: ’Na 28 messteken was boosheid weg’
maandag 21 mei 2007
Eis 12 jaar cel voor verdachte Seriemoorden
Het Openbaar Ministerie in Den Bosch heeft in hoger beroep twaalf jaar cel geëist tegen de 46-jarige Peter C. uit Heerlen wegens verkrachting en een poging tot moord op een prostituee in 1992 in Valkenburg.
Bij het OM in Maastricht loopt een onderzoek tegen de man wegens de onopgeloste moorden op nog eens vijf prostituees in Zuid-Limburg tussen 1992 en 2003. De zaak die het hof maandag behandelde, kon in 2004 worden opgelost dankzij een DNA-match.
Het slachtoffer werkte in juni 1992 op een Heerlense tippelzone. De verdachte pikte haar daar op met zijn auto en beloofde cocaïne in ruil voor seks. In de buurt van Valkenburg nam hij haar mee een korenveld in. Hij probeerde haar te wurgen, schopte haar in het gezicht, sloeg met een bierfles op haar hoofd en sneed met glasscherven in haar rug. Hij zou de vrouw hebben gezegd dat er veel onschuldige meisjes waren gedood en dat ook zij moest sterven.
Het OM in Den Bosch acht bewezen dat de man erop uit was de vrouw te vermoorden. Volgens het slachtoffer zei hij dat hij alles tevoren had gepland. Ook vindt de advocaat-generaal dat er sprake is van verkrachting. De vrouw zou seks met C. hebben gehad omdat hij haar met de dood bedreigde.
De rechtbank veroordeelde de Heerlenaar in 2006 tot zeven jaar cel wegens een poging tot moord.
Advocaat Arthur Vonken denkt dat hooguit een poging tot doodslag te bewijzen valt. Hij wees het hof op de wisselende en deels tegenstrijdige verklaringen die het slachtoffer heeft afgelegd. De raadsman zei na afloop van de zitting dat er einde moet komen aan de verdenking jegens zijn cliënt van de moord op vijf andere prostituees. Hij wil de rechtbank in Maastricht in juli vragen om beëindiging van deze zaak.
Het hof doet uitspraak op 4 juni.
Verloop
Arrestatie
Peter C wordt in 2004 gearresteerd voor een paar overvallen op kapsalons. Zijn DNA blijkt te matchen met het DNA gevonden bij een prostituee die in 1992 is verkracht en een wurgpoging overleefde.Aanhouding
Op 16 juni 2006 werd Peter C in zijn cel aangehouden wegens de verdenking van moord op 5 prostituees. Hij wordt al 'de Wurger van Heerlen' genoemd en de 'Rozenkransmoordenaar'.
Uitspraak Rechtbank
Op 22 december 2006 uitspraak gedaan in de zaak van 1992 en werd Peter C tot 7 jaar veroordeeld voor poging tot moord op een prostituee. Vreemd genoeg achtte de rechtbank verkrachting niet bewezen, hoewel was vastgesteld dat Peter V het slachtoffer was 'binnengedrongen', maar de rechtbank achtte niet bewezen dat dit onder dwang gebeurde
Uitspraak hoger beroep
Op 16 augustus 2007 was de uitspraak in hoger beroep. Opnieuw achtte het Hof de verkrachting niet bewezen maar werd C veroordeeld tot 8 jaar voor de poging tot moord.
Geen verdere vervolging
Op 21 augustus 2008 heeft het OM in Maastricht een kennisgeving niet verdere vervolging uitgereikt aan de Peter C.(47) in de zaken met betrekking tot de vijf moorden op heroïneprostituees in de periode 1992 tot en met 2005 in Limburg. Het OM is van oordeel dat er in deze vijf zaken onvoldoende bewijs ligt om Peter C. succesvol verder te vervolgen.
maandag 7 mei 2007
Agenten veroordeeld wegens meineed
De twee politieagenten Van D (45) en B.K. (25) die stelden dat een van hen is mishandeld bij Vierdaagserellen, zijn vandaag voor meineed zwaarder gestraft dan het Openbaar Ministerie (OM) eiste. De rechtbank gelooft dat de agenten logen, en beiden worden ook tijdelijk uit hun ambt gezet.
De agenten probeerden in 2005 bij de Vierdaagsefeesten in Nijmegen collega's te ontzetten tijdens grote ongeregeldheden met veel agressie. Die braken uit bij de Waalbrug nadat de muziek was afgelopen. Bezoekers en veertien agenten raakten gewond.
De oudste agent, de 45-jarige hondenbegeleider Van D. uit Molenhoek, gaf een klap aan een bezoeker. Toen deze aangifte deed van mishandeling, stelde Van D. dat hij eerst zelf geslagen was. De jongere agent bevestigde dat achteraf.
Van die klap blijkt op videobeelden echter niets, concludeert de rechtbank in Arnhem. Van D. kreeg een celstraf van vijftien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk en mag vijf jaar geen ambt meer bekleden.
Het OM had een jaar cel waarvan vier maanden voorwaardelijk gevraagd, en een ontzetting uit het ambt voor drie jaar.
Zijn 25-jarige collega B.K. moet ook de cel in. Hij kreeg een half jaar, waarvan drie maanden voorwaardelijk en mag zijn ambt tweeënhalf jaar niet meer uitoefenen. De aanklager had tegen hem 200 uur werkstraf en vier maanden voorwaardelijke celstraf geëist.
"Het gaat om zeer ernstige feiten, een rechtschapen opsporingsambtenaar onwaardig", vindt de rechtbank. "Een onschuldige had met deze valse verklaringen vervolgd en veroordeeld kunnen worden. Het raakt het politiewerk in het hart en zet de integere politiemensen te kijk."
Het tijdelijke verbod op ambtsuitoefening is ook bedoeld als signaal. "Dit moet alle opsporingsambtenaren ervan doordringen dat voor het verklaren van onwaarheden geen plaats is in het ambt", aldus de rechter.
Hulde voor deze rechter. Dit zou veel vaker moeten gebeuren.
dinsdag 24 april 2007
Johan Wolters vrijgelaten
De oud VVD-politicus Johan Wolters uit Amsterdam, die verdacht werd van moord op zijn vrouw, is direct vrijgelaten. Het lijkt erop dat hij uit zelfverdediging handelde.
De 43-jarige Johan Wolters, oud fractievoorzitter van de VVD in Amsterdam Zeeburg, zou 28 januari dit jaar zijn vrouw hebben vermoord.
Wolters heeft verklaard dat hij op de desbetreffende dag met zijn baby op de arm door het huis liep, toen zijn echtgenote hem met een mes aanviel en stak. Behalve de baby waren ook de twee andere jonge kinderen van het echtpaar thuis. W. nam de vrouw in een wurggreep en stelt daarna een blackout te hebben gekregen. Toen hij weer bij zinnen kwam, was de echtgenote overleden. ‘Het is een bijzondere en trieste zaak’, aldus advocaat Anker.
De raadsman wees er verder op dat een huishoudster van het stel in de maanden voor het familiedrama tot twee keer toe een mes onder het kussen van de uit Cuba afkomstige vrouw had gevonden. Bovendien onderhouden de beide families van het echtpaar nog steeds ‘zeer goede contacten’, aldus Anker. ‘Hoewel het verdriet van de Cubaanse familie onpeilbaar is, steunen zij Wolters op bewonderenswaardige wijze.’
De officier van justitie zei er ook vanuit te gaan dat de verdachte uit zelfverdediging handelde. Toch vroeg het Openbaar Ministerie (OM) de rechtbank niet op het verzoek tot vrijlating in te gaan. Volgens de officier is het nog niet helemaal duidelijk wat zich heeft afgespeeld en of W. bijvoorbeeld geen alternatieven had. Ook zou het de samenleving schokken als hij zou vrijkomen.
Het onderzoek naar de dood van de vrouw loopt nog. Zo moeten verschillende getuigen nog een verklaring afleggen, onder wie de moeder van het slachtoffer. Zij moet uit Cuba naar Nederland komen, maar beschikt nog niet over de benodigde papieren.
W. verklaarde zelf volledig mee te willen werken aan de rest van het onderzoek. Zo vindt er binnenkort een reconstructie plaats. Wanneer de rechtbank de zaak inhoudelijk behandelt, is niet bekend.
Wolters werd op 29 januari gearresteerd.
Het argument van het OM dat vrijlating niet op zijn plaats was omdat dit de samenleving zou schokken is natuurlijk van de pot gerukt. Iemand moet vastzitten om argumenten die met de verdenking te maken hebben. Niet om wat de samenleving er van vind.
Ik voorspel vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.
woensdag 18 april 2007
Politie vervalst proces verbaal in zaak Pim Overzier
De politie heeft in het onderzoek naar de dood van Pim Overzier een proces-verbaal vervalst. Dat was nodig om het falen van de politie te verhullen, meldt HP/De Tijd deze week. Overzier verdween in december 2001 na een blind date. Twee maanden later werd zijn lijk gevonden in een bos bij Dronten.
Henk H. uit Bennekom is vanwege moord veroordeeld tot twintig jaar celstraf. Volgens HP/De Tijd schreef de politie ten onrechte dat reeds op 10 januari 2002 een onderzoek is ingesteld op de plek waar die dag de jas van Overzier werd gevonden. In werkelijkheid zou het onderzoek pas op 26 maart zijn verricht, na een uitzending van Opsporing Verzocht. De boerenzoon die de jas vond en zijn ouders bevestigen dat aanvankelijk niets is gedaan met hun vondst.
Het weekblad stelt dat als reeds op 10 januari een onderzoek was ingesteld, mogelijk geen onduidelijkheid was ontstaan over de doodsoorzaak. Er zouden sporen verloren zijn gegaan die de onschuld van H. hadden kunnen aantonen. In werkelijkheid zou Overzier een natuurlijke dood zijn gestorven en in paniek zijn begraven door mannen die hij kende van een homo-ontmoetingsplaats. Justitie zou er ten onrechte van zijn uitgegaan dat Overzier is vermoord omdat hij een afspraakje had met de vriendin van H.
dinsdag 17 april 2007
12 jaar voor doodslag op vriendin in Okura Hotel
Erwin de L. (33) is door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld tot twaalf jaar cel wegens doodslag op zijn vriendin. Hij sloeg haar in juni 2006 in het Okura-hotel aan de Ferdinand Bolstraat zodanig in elkaar dat ze overleed. De straf is conform de eis van justitie.
L. zat een celstraf uit vanwege zware mishandeling. Hij kreeg tijdens zijn eerste weekendverlof in het hotel ruzie met zijn vriendin. Daarbij sloeg L. haar zo hard dat ze overleed. De volgende ochtend belde de man het alarmnummer om te vertellen dat er iets mis was met zijn partner, een moeder van drie jonge kinderen. Zelf was hij toen al uit het hotel vertrokken, om zich pas enkele dagen later bij de politie in Venlo te melden.
De rechters achtten het bewezen dat De L. zijn partner „op zeer gewelddadige wijze van het leven heeft beroofd” en „zonder enige vorm van zelfbeheersing tegen haar is tekeergegaan”. De L. heeft altijd gesteld dat hij zich delen van de desbetreffende nacht niet meer kon herinneren. Dat zou komen doordat hij die avond voor het eerst in maanden flink had gedronken. De rechters vonden het echter „niet aannemelijk” dat hij last heeft van geheugenverlies. In hun oordeel lieten ze zelfs meewegen dat De L. maar weinig wilde verklaren over de dood van zijn vriendin en ook tijdens de rest van het onderzoek nauwelijks meewerkte. Omdat hij verder weigerde zijn persoonlijkheid door een deskundige te laten onderzoeken, oordeelde de rechtbank dat De L. toerekeningsvatbaar was tijdens de moord.