woensdag 19 maart 2008

Strafzaak Ina Post moet terug naar de rechter volgens CEAS

AMSTERDAM - De politie en het Openbaar Ministerie hebben grote fouten gemaakt in de zaak-Ina Post. De Hoge Raad moet opnieuw kijken naar de veroordeling van Post (52) voor doodslag in 1986. Heropening van haar strafzaak is mogelijk omdat er nieuwe informatie is. Dat heeft de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) woensdag geadviseerd.

Volgens de commissie werkte de politie tijdens het onderzoek naar de dood van Anna Maria Kolstee (89) met verkeerde aannames. De grootste fout is dat de recherche – op grond van een getuigenverklaring – dacht dat Kolstee rond zes uur ’s avonds is gestorven.

Informatie van een rechercheur die de lichaamstemperatuur van Kolstee opnam, drong niet door tot het politieteam. Volgens hem was het slachtoffer twee tot drie uur eerder overleden. Hij had gelijk, stelt de commissie.

Dat heeft grote gevolgen: alibi’s kloppen niet meer, andere getuigen komen in beeld en de bekentenis van Post lijkt onjuist.

Post was één van de bejaardenverzorgsters van Kolstee. Ze kwam in beeld omdat haar handschrift op enkele (veel voorkomende) kenmerken overeenkwam met de handtekening op cheques die waren gestolen van het slachtoffer. De politie trok hieruit de ‘ongenuanceerde’ conclusie dat zij de hoofdverdachte was.

Post heeft zes jaar celstraf uitgezeten. Ze houdt vol dat ze onschuldig is en dat ze onder druk een valse bekentenis heeft afgelegd.

De commissie stelt dat Post veel feiten heeft bekend die aantoonbaar onjuist zijn. Zij beweerde destijds dat ze Kolstee heeft geslagen met een stok, maar daar is geen spoor van te vinden. De politie had zulke feiten moeten controleren.

Een deel van de informatie die in het voordeel van Post pleit, zat niet in het dossier. De rechter wist niet dat in 1984 in dezelfde flat een andere bewoonster onder verdachte omstandigheden is gestorven. Op van haar gestolen cheques stond dezelfde handtekening. Toen de politie in 1986 ontdekte dat Post deze vrouw niet had gedood, werd dit onderzoek stopgezet en slechts summier vermeld in het dossier. Dat getuigen Post niet herkenden, bleef onvermeld.

Andere informatie in het dossier is onjuist. Zo beweerde de politie ten onrechte dat cheques van Kolstee waren gevonden bij Post.

Tineke Cleiren, lid van de CEAS, stelt dat het nieuwe feit (de lichaamstemperatuur) tot vrijspraak zou hebben geleid als de rechter het had geweten. De Hoge Raad beslist over enkele maanden of de zaak wordt heropend.

Post en haar advocaat Geert-Jan Knoops zijn blij met het rapport, dat zou aantonen dat sprake is van een dwaling. Die kan eindelijk worden rechtgezet, denken ze.

Zie ook de misdaadjournalist over de zaak en een persbericht van het OM

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Vijftien jaar cel en tbs voor dood Melanie Sijbers

DEN BOSCH - Het gerechtshof in Den Bosch heeft Peter H. (42) uit Geldrop woensdag veroordeeld tot vijftien jaar cel en tbs voor de ontvoering, de verkrachting en het doden van Melanie Sijbers (15) in 2006.

Het Openbaar Ministerie had tegen hem achttien jaar cel en tbs geëist onder meer voor moord.

Melanie  verdween 7 september 2006. Haar lichaam werd twee weken later gevonden in een bos bij Someren.

Het gerechtshof acht bewezen dat de man op 7 september 2006 het meisje heeft meegenomen naar een loods. Hij heeft haar daar vastgebonden en gedwongen tot orale seks. Vervolgens heeft hij Melanie in zijn kofferbak meegenomen naar het bos, waar hij het meisje opzettelijk van het leven heeft beroofd. Het hof acht niet bewezen dat er sprake was van voorbedachte rade (moord), maard houdt het op doodslag. Tevens acht het hof bewezen dat de man haar die dag meermalen heeft verkracht en van haar vrijheid heeft beroofd. De man is bovendien veroordeeld voor een inbraak in Geldrop in april 2006.

Het hof rekent het de man zwaar aan dat hij het meisje op wrede wijze om het leven heeft gebracht. Verder heeft de verdachte de familie extra leed aangedaan door haar lichaam te verbergen. Hierdoor waren de nabestaanden geruime tijd in onzekerheid over of het meisje nog in leven was of niet. Bovendien is de verdachte er niet voor teruggedeinsd om in een van zijn verklaringen een vriend de dood van het meisje in de schoenen te schuiven. Ten slotte wisselde de man bij de behandeling in hoger beroep voordurend van verklaring, waardoor nabestaanden steeds in onzekerheid bleven over de daadwerkelijke toedracht.

Psychische stoornis
Wegens een ernstige psychische stoornis en de grote kans op herhaling legde het gerechtshof de tbs met dwangverpleging op. De rechtbank veroordeelde Peter H. vorig jaar ook tot vijftien jaar celstraf en tbs.

Beschouwing
Het Vonnis lijkt in schril contrast met het vonnis in de zaak van Henk van D, eerder deze maand, die Suzanne Wisman uit Tweede Exloërmond verkrachtte en van het leven beroofde. Deze kreeg 30 jaar en TBS opgelegd. In zijn geval echter achtte het Hof te Leeuwarden bewezen dat het om moord ging.

Zie ook:

Peter H. was geen onbeschreven blad. In 1987 verkrachtte hij de vrouw van een vriend van hem, waarbij hij dreigt haar baby dood te maken. Hij krijgt 1 jaar cel en komt 31 maart 1988 vrij. Op 28 juli 1988 wordt Wies de Win op zeer gewelddadige wijze door hem verkracht,. Ze overleefde, maar haar leven is sindsdien gekenmerkt door angst. Peter H. ontsnapt tijdens zijn gevangenschap namelijk keer op keer. Hij probeert zelfs een nieuw slachtoffer te maken.

Toch vindt het Pieter Baan Centrum hem in 2001 klaar voor een terugkeer in de maatschappij. De tbs’er wordt vrijgelaten, ondanks een fel nee van justitie en de Van Mesdagkliniek. Het blijkt een fatale beslissing.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

dinsdag 18 maart 2008

15 jaar voor moord op echtgenote en kind

Huib van Oudenaren (29) uit Melissant heeft voor de Rotterdamse rechtbank vandaag 15 jaar cel en TBS opgelegd gekregen voor de moord op zijn vrouw Renate (31) en dochtertje Elisa(3).

Nadat hij beiden met een mes had vermoord wachtte hij nog een dag vóór hij 7 sept 2007 naar de politie ging. Hij zou een en ander gedaan hebben omdat hij schulden had, hoewel er ook geruchten waren van een crime passionel naar aanleiding van een foto van een ombekende dame in zijn mobieltje.

Vonnis

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

Hoge raad buigt zich over de Deventer Moordzaak: Herziening afgewezen

De zoveelste finale in de Deventer moordzaak staat voor de deur. Vandaag beslist de Hoge Raad of een van de meest geruchtmakende strafzaken in de Nederlandse rechtsgeschiedenis moet worden heropend. Dat lijkt hoogst onwaarschijnlijk.

Zelden hebben zo veel magistraten zich zo lang gebogen over een strafzaak. Al jarenlang sleept de Deventer moordzaak zich voort. Het is de thriller van een vasthoudende Maurice de Hond, van een grafsteen op een Deventer dodenakker die wordt gelicht omdat er bewijsmateriaal in de aarde verborgen zou liggen en van een aangeklaagde klusjesman die schadevergoeding van zijn kwelgeest Maurice de Hond eist.

Eerder dit jaar adviseerde advocaat-generaal A. Machielse de Hoge Raad de zaak tegen de tot 12 jaar cel veroordeelde Louwes niet te heropenen.

Kernpunt in het debat rond de strafzaak was ditmaal de bewering van de pleitbezorgers van Louwes dat klusjesman Michael de J. repte over de moord op de rijke weduwe Wittenberg op een tijdstip waarop het drama nog niet in de publiciteit was geweest. Conclusie van de aanhangers van Louwes: de klusjesman weet meer van de moord op de vrouw.

Advocaat-generaal Machielse maakte een paar maanden geleden echter korte metten met deze theorie. Op basis van nieuw onderzoek acht de magistraat het onvoldoende waarschijnlijk dat de klusjesman zijn mededeling over de dood van Wittenberg deed vóór de ontdekking van haar lugubere dood.

Het lijkt erop dat Maurice de Hond en de zijnen in hun pogingen Ernest Louwes vrij te pleiten, een moelijk gevecht leveren. Het bewijs waarmee het gerechtshof in Den Bosch Louwes in een herzieningsproces in 2004 veroordeelde, is (of lijkt) immers niet mals.

Bewezen is geacht dat er bloed van Ernest Louwes op de blouse van de vermoorde weduwe is gevonden. Onderzoek zou hebben aangetoond dat dit bloed tijdens een gewelddadige confrontatie op het kledingstuk is beland. Belangwekkend is verder dat er géén bloed van iemand anders op de blouse van het slachtoffer is gevonden. Zeer belastend is verder dat een telefoontje van Louwes met de weduwe is ’opgepikt’ door een zendmast in de nabije omgeving van het huis van de weduwe in Deventer. Kort na dat bewuste telefoontje, op vrijdagavond 24 september 1999, is de vrouw met messteken om het leven gebracht. Met andere woorden: de boekhouder was in Deventer toen Wittenberg werd vermoord.

Het verweer van Ernest Louwes dat hij die bewuste vrijdagavond niet in Deventer was, maar ergens op de A28 bij ’t Harde reed, achtte het hof in Den Bosch leugenachtig. De verklaring dat het telefoontje van de boekhouder vanaf ’t Harde door bijvoorbeeld atmosferische omstandigheden kan zijn overgewaaid naar de zendmast in Deventer, veegden de rechters van tafel.

Hoewel het bewijs tegen Louwes nog altijd hard lijkt, betekent dat geenszins dat Justitie in de Deventer moordzaak altijd goed werk heeft geleverd. Zeker niet. Het gerechtshof in Den Bosch had in 2004 vernietigende kritiek op het gerechtshof in Arnhem, dat Louwes ook veroordeelde tot twaalf jaar cel. Het hof in Arnhem beweerde dat een in een portiek gevonden mes het wapen was waarmee Louwes de weduwe om het leven heeft gebracht. De magistraten in Den Bosch maakten in 2004 echter gehakt van dat bewijs. Maar omdat de Bossche rechters nieuw bewijs vonden het bloed van Louwes op de blouse van het slachtoffer- ging Louwes toch nog voor de bijl. De Hoge Raad zal dat vonnis dinsdag vermoedelijk intact laten. Of dat terecht is? Er zijn ook vraagtekens gezet bij het DNA bewijs op de Blouse. Deze is enkele jaren onoordeelkundig bewaard geweest en het lijkt wel erg toevallig dat het bewijs pas na zijn intiële vrijspraak, net voor de nieuwe behandeling van de zaak werd gevonden. Als dat bloed er al zat is het toch raar dat dat eerder niet gevonden werd. Ook lijkt een procesverbaal betreffende de zgn 'schrijfproef' vervalst.

Het herzieningsverzoek werd vandaag afgewezen

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

zaterdag 15 maart 2008

Filipijnse vermist

joselyn lariosa Sinds 7 maart 2008 wordt de Filipijnse Joselyn Lariosa (29) vermist.
Uit het onderzoek blijkt dat Joselyn vanuit België de trein zou nemen naar Schiphol. Vermoedelijk werd zij het laatst gezien bij het Centraal station van Antwerpen. Joselyn zou twee koffers bij zich hebben gehad.
Joselyn Lariosa is 1m63 en heeft bruine ogen en bruin haar.

Haar laatste woonplaats zou Amsterdam dan wel Antwerpen zijn.

Update 2009: In het kader van het onderzoek naar de verdwijning van Joselyn LARIOSA
is de politie op zoek naar: LOURDES DESTREZA

Lourdes Destreza huurde een flat in de Leeuwerikstraat in Antwerpen, waarschijnlijk als TNT (illegaal).
Toen de politie haar wilde horen i.v.m. de verdwijning van Joselyn Lariosa, verdween ze spoorloos en veranderde ook van mobiel telefoonnummer.
Lourdes heeft mogelijk  belangrijke informatie over deze verdwijningszaak.

Verder is de politie ook nog op zoek naar een zekere Robert Richard.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook

vrijdag 14 maart 2008

De dood van Rinie Mulder

Op zaterdag avond 11 maart 2007 wordt Rinie Mulder in de Utrechtse wijk ondiep neergeschoten door een politieman. De Rijksrecherche start die avond rond 21.30 een onderzoek naar het schietincident. Dat gaat niet snel: Pas 6 weken later wordt de schietende agent, die om veiligheidsredenen met 'W201' wordt aangeduid formeel als verdachte aangemerkt en pas in de zomer vinden bij de rechter commissaris de eerste verhoren plaats, terwijl op 1 november een reconstructie wordt gehouden in een Zaanse loods.

Bijna een jaar na het onderzoek wordt het onderzoek afgesloten en op 19 februari deelt het OM in Utrecht mee dat 'w201' niet zal worden vervolgd. Volgens het OM heeft hij gehandeld uit zelfverdediging. Hij kon niet vluchten en onder de omstandigheden kon niet van hem worden verwacht dat hij op minder vitale delen zou hebben geschoten.

Onpartijdigheid?
Het persbericht suggereert dat er een onpartijdig onderzoek is geweest door de Rijksrecherche. Het wijkt daarmee echter nogal af van wat de officiele stukken zeggen:

Persbericht
Onderzoeksrapport
"Direct na het gebeuren is de rijksrecherche een onderzoek gestart. Dit onderzoek heeft zich geconcentreert op het schietincident. Doel was om duidelijkheid te krijgen over de toedracht van het incident zodat beoordeeld kon worden of het geweld rechtmatig is geweest. Het onderzoek naar de vechtpartij is aanvankelijk gedaan door de politie Utrecht en vanaf 18 maart door de politie Amsterdam-Amstelland"
"Onmiddelijk na het schietincident is de afdeling Forensisch Onderzoek van de politie Utrecht op de plaats delict een onderzoek gestart. Omwille van de onpartijdigheid is het onderzoek op de plaats delict tussen 11 maart 2007 te 21.30 en 12 maart te 3.30 overgenomen door het team Forensische Opsporing van de politie Amsterdam-Amstelland"

Hiermee heeft justitie belangrijke informatie verzwegen. Het OM maakte medio vorige maand bekend dat de Rijksrecherche in het belang van de objectiviteit vanaf het begin bij het onderzoek betrokken was. Uit de genoemde stukken blijkt het tegendeel.

De hoofdofficier van justitie had rond 21.30 uur contact met de Rijksrecherche. Dat was een half uur na het schietincident. Rechercheurs waren echter pas om 23.30 uur ter plaatse. In de tussentijd zouden Utrechtse rechercheurs onderzoekshandelingen hebben verricht, waarbij foto's zijn gemaakt en een tent over de plaats van het incident werd gezet.

De ooggetuigen
Volgens het persbericht waren er twee ooggetuigen. Dat klopt echter niet. Uit het onderzoek blijkt dat er nóg een getuige was: Een 11-jarig meisje, dat wakker was geworden van de herrie op straat, zou hebben verklaard hoe de agent het wapen met twee handen vasthad. Mulder zou geen mes hebben vastgehouden. Ook zou de politiemotor niet de vluchtweg van W201 versperd hebben. Zij is de enige getuige à charge, maar justitie concludeert dat haar hele verklaring onbruikbaar is. In het persbericht wordt deze getuige verder verzwegen.

De Ambtsinstructie
Het persbericht vermeld ook niet dat uit het vertrouwelijk proces-verbaal blijkt dat het schieten op Mulder niet geoorloofd was. Dat mag alleen bij de aanhouding van een vuurwapengevaarlijke verdachte of wanneer een verdachte van een ernstig feit probeert te vluchten. Het vertrouwelijke rapport zegt het volgende:
"Het schieten door W201 is naar oordeel van de adviescommissie niet conform de Ambtsinstructie. Er was geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 7 van de Ambtsinstructie"
Hiermee beperkt de conclusie in het persbericht zich puur tot de lezing van de verdachte.

Beïnvloeding?
Voorts maakt het persbericht melding van de reconstructie in de loods in Zaandam. J. Stolk, inspecteur van de politie en motor-vakdocent aan de Nederlandse Politie Academie is hierbij getuige deskundige. Aan hem de taak te beoordelen of de reconstructiescènes kloppen bij de verklaringen van W201. Hierbij is contact tussen de getuige deskundige en de verdachte uit den boze. In het rapport staat echter de volgende notitie:
"Het verdient opmerking dat de getuige-deskundige voorafgaand aan de reconstructie met W201 heeft gesproken hetgeen als absoluut ongewenst moet worden bestempeld. Volgens justitie is er desondanksgeen aanleiding om te veronderstellen dat dit Stolk op relevante wijze heeft beinvloed."
Hiermee verzwijgt justitie een 'absoluut ongewenst' incident tussen de getuige deskundige en W201 dat de conclusies van die expert mogelijk heeft beinvloed en in ieder geval heeft kunnen beinvloeden.

Klassejustitie
Volgens Mr. W.J. Ausma, advocaat van de familie Mulder, neigt de beslissing om de zaak te seponeren naar klassejustitie. Hij spreekt van een gevaarlijke tendens van grensoverschrijding in de rechtsstaat waarbij politiegeweld te gemakkelijk wordt goedgepraat. Ausma geeft aan in beklag te gaan bij het gerechtshof tegen de beslissing om W201 niet te vervolgen.

Update 27 november 2008
De agent wordt niet vervolgd. Dat heeft het gerechtshof in Arnhem bepaald.

De advocaat van de familie van het slachtoffer, Willem Jan Ausma, zegt dat de uitspraak een teleurstelling is. ‘De familie kan hier moeilijk mee leven. Ze hebben nog zo veel vragen en die zullen nooit worden beantwoord’, aldus Ausma.

Het Openbaar Ministerie had eerder al besloten dat de agent uit noodweer handelde en daarom niet vervolgd zou worden. De familie van het slachtoffer ging in beroep, maar ook nu oordeelde het gerechtsof dat de agent uit zuiver noodweer schoot.

Rinie Mulder werd doodgeschoten nadat hij in had gegerepen toen een aantal Marokkaanse jongens een zwangere vrouw lastig vielen. Mulder ontfutselde een van de jongens een mes, waardoor hij door de politie als 'gevaarlijk' werd gezien. Naar verluidt was de schietende agent 'W201' een Marokkaanse agente

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook