maandag 14 december 2009

Verdachten vrij door fout justitie - Misdaad loont

Herman V. (22) uit Stadskanaal is vanochtend door een fout van justitie onmiddellijk in vrijheid gesteld. De man werd verdacht van afdreiging (chantage). Volgens de rechtbank kan uit het dossier niet worden opgemaakt dat de slachtoffers (twee mannen) de vervolging van de verdachten wensen. Hoewel zij wel aangifte hebben gedaan, is dat volgens de rechtbank onvoldoende.

Een tweede verdachte was al op vrije voeten.

De twee mannen werden ervan verdacht dat zij meerdere personen hebben gechanteerd. Zij dreigden foto's van de mannen openbaar te maken. Uit die foto's zou moeten bijken dat de mannen seksclubs hadden bezocht. In zeker een geval zou 1000 euro zijn betaald door een slachtoffer.

Het besluit van de rechtbank betekent ook dat de strafvervolging tegen beide verdachten wordt gestaakt, omdat het openbaar ministerie door de fout niet-ontvankelijk is verklaard. Justitie heeft het recht op vervolging verspeeld.

Het gaat hierbij om artikel 318, lid 2.

In dat artikel staat dat dit misdrijf (afdreiging) niet wordt vervolgd dan ‘op klacht van hem tegen wie het gepleegd is’.
Anders gezegd: de slachtoffers moeten duidelijk aangeven dat ze willen dat de verdachten ook worden vervolgd.

De rechtbank: ‘Dat ze dat willen staat niet in het dossier.’
De officier van justitie: ‘De slachtoffers hebben aangifte gedaan. Daaruit mag worden opgemaakt dat zij vervolging wensen.’
De rechtbank, na beraad: ‘Het mag niet. Lees: artikel 318, lid 2.’

De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Afdreiging is een klachtdelict en dat had de officier van justitie als geen ander moeten weten.

Artikel 318 | Sr, Boek 2, Titel 23

1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, wordt als schuldig aan afdreiging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Dit misdrijf wordt niet vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het gepleegd is.
Herman Verstappen

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook