woensdag 23 juni 2010

Nog geen gerechtigheid voor Ronald van Z.

Vandaag stond in Zutphen Ronald van Z. (40) voor de rechter in verband met de 2-jaarlijkse verlenging van zijn tbs. Ronald is een van de twee broers (de andere heet Gerrit) die in 1993 door Yolanda van B. werd beschuldigd van een scala van feiten: van verkrachting tot moord in wat bekend is geworden als ‘De Eper ontuchtzaak’.

Er was destijds geen enkel bewijs, noch voor de verkrachtingen en zeker niet voor de moord (op foetussen) maar het verhaal van Yolanda nam Nederland bij storm en het OM, de rechters, de media en het volk hadden ale realiteitszin verloren: Er was iets vreselijks gebeurd en iemand moest boeten.

Ronald zit daar nu al 17 jaar voor vast. Aanvankelijk in de gevangenis, maar tegenwoordig in de longstay afdeling van de gevangenis in Vught, maar dan onder de hoede van de Pompe Kliniek in Nijmegen. 

Bij de vorige verlenging, twee jaar geleden, had de rechtbank uitdrukkelijk gevraagd om een behandelplan, want tot dan toe gebeurde er eigenlijk niets met Ronald.

Tot zover de achtergrond. De zitting was echter een aanfluiting. Psychologe Van Zelst van de Pompekliniek moest na veel gedraai toegeven dat ze eigenlijk niets doen met Ronald. Wel wist ze te vertellen dat Ronald nog steeds ‘een gevaar voor de samenleving’ was. Waarom? Tja dat werd niet duidelijk. Een behandelplan?? Eh nee. Toen de Pompekliniek zich realiseerde dat er voor de zitting een rapport moest worden opgemaakt, waren ze maar eens met Ronald gaan praten. Daar was een rapport uitgerold dat die term niet waardig is. Ronald vond het 'teleurstellend' dat hij weer twee jaar erbij kreeg, maar vond het wel een ‘goed gesprek’. De Pompekliniek hield hem voor dat hij op den duur misschien wel naar een vorm van 'begeleid wonen' kon. Dat leek Ronald wel wat.

De manier waarop de pompekliniek met de TBS-ers om gaat werd eigenlijk pijnlijk geillustreerd tijdens de zitting. Papieren die er hadden moeten zijn, waren er niet. De psychologe dacht dat ze die ‘wel had doorgestuurd’. Ze bagatelliseerde het door te zeggen dat het ‘eigenlijk dezelfde papieren als twee of drie jaar eerder waren want er veranderde toch bijna niks’. Ja er was wel iets veranderd, maar ze wist eigenlijk niet wat. 

Vreemd genoeg leek er bij de behandeling van de zaak niemand op de hoogte van het feit dat er de laatste tijd nogal wat te doen is over de geloofwaardigheid van Yolanda’s ‘Epe’ verhaal. Deskundigen pleiten voor een herziening en professor Wagenaar schreef er over in zijn boek ‘de Slapende Rechter’. Ook Robert’s advocaat Mr. Ipo de Vos had het er niet over want hij gaat alleen over de verlenging van de TBS, niet over de veroordeling.

Het geheel is eigenlijk illustrerend voor hoe klinieken met tbs’ers omgaan: Er is vaak geen enkel behandelplan en als er een zitting komt dan moet er nog even snel iets in elkaar geflanst worden. Het heet dan snel dat de client ‘nog aan zichzelf’ moet werken en hopla, weer 2 jaar er bij. Dat is de rechtstaat Nederland.

Update 7 juli 2010: De TBS is -zoals te verwachten was- met 2 jaar verlengd.

Uit de zitting van 24 juli 1994
Verkrachting, vleselijke gemeenschap met kinderen en aanranding kunnen volgens de raadslieden in geen van de gevallen worden bewezen. Hooguit zou er een veroordeling kunnen komen wegens ontuchtige handelingen door Ronald van Z. (24) met twee van de drie vermeende slachtoffers, de kinderen H., twee meisjes en een jongen.

De raadslieden bepleitten vrijspraak van vrijwel alle andere ten laste gelegde feiten. In een aantal gevallen is het Openbaar Ministerie volgens de verdediging niet ontvankelijk.

'Een ding is duidelijk: er is niets duidelijk.' Zo vatte een van de raadslieden de zaak kernachtig samen. Uit de wirwar van de verklaringen van de slachtoffers en de in het vooronderzoek afgelegde bekentenissen van verdachten is niet meer te filteren wat waar is en wat niet, betoogden de raadslieden. Twijfel over de beweerde gebeurtenissen overheerst en dan komt de verdachten het voordeel van de twijfel toe, stelden zij.

De verdediging leunde zwaar op de door psycholoog J. Soppe en orthopedagoog/psychotherapeut R. Bullens uitgebrachte rapporten. Die onderzochten de betrouwbaarheid van de verklaringen van de kinderen H. en van de in het vooronderzoek afgelegde bekentenissen van een viertal verdachten. De raadslieden deelden de ongezouten kritiek die de rapporteurs leverden op de wijze van verhoren door de politie.

Tijdens de verhoren zou op de verdachten grote druk zijn uitgeoefend. De politie heeft met alle mogelijke middelen geprobeerd hen ervan te overtuigen dat het maar beter was te bekennen. Aan Ronald, de enige die ook ter zitting heeft bekend, werden volgens Soppe en Bullens tijdens de verhoren soms buitengewoon suggestieve vragen gesteld, die een desastreus effect hebben gehad op de mogelijkheid het waarheidsgehalte van zijn verklaringen te beoordelen.

In een rapport van het Pieter Baan Centrum wordt vastgesteld dat Ronald zichzelf vaak volslagen tegenspreekt. Ook lijdt hij aan sensatiezucht en heeft hij de neiging om dingen belangrijker voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. Af en toe slaat zijn fantasie aantoonbaar op hol.

Soppe en Bullens oordeelden over Ronald: 'We aarzelen niet om zijn verklaringen als bizarre verzinsels en baarlijkse nonsens te kwalificeren.'

Ook de raadslieden stelden na nauwkeurige analyse van zijn verklaringen vast dat die talloze tegenstrijdigheden bevatten en daarom onbetrouwbaar zijn. 'Zonder kritische benadering van de zijde van de verbalisanten kon hij er lustig op los fantaseren', zei een van de raadslieden.

Het oudste kind heeft verklaard dat alleen de broers Ronald en Gerrit van Z. gemeenschap met haar hebben gehad. Ook al bleven de verhoorders zuigen met vragen als 'en wie hebben je nog meer geneukt', dan was haar antwoord steevast 'niemand'.

De verdediging citeerde passages uit het 3500 pagina's omvattende dossier, waaruit zou blijken dat er geen aanwijzingen waren voor seksueel misbruik. In de periode waarin sprake zou zijn geweest van de meedogenloze verkrachtingen, werden de kinderen herhaaldelijk medisch onderzocht. Maar schoolarts, kinderarts noch huisarts trof iets aan dat wees op wat zich volgens de aanklacht van de officier allemaal zou hebben afgespeeld.

Uit de verklaringen van de kinderen kan, aldus de raadslieden, worden opgemaakt dat de ouders H. geen enkele bemoeienis hebben gehad met het seksueel misbruik. 'Pappa en mamma hebben niet vies gedaan', hebben de kinderen steeds verklaard.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook