maandag 19 maart 2012

Inspectie wist van castraties | ouders niet

De landelijke inspectie voor de zwakzinnigenzorg was op de hoogte dat instellingen in Brabant en Limburg in de jaren '50 minderjarige patiënten castreerden terwijl ouders niet of pas achteraf werden ingelicht. Dat schrijft de krant De Limburger maandag, op basis van notulen van vergaderingen van geneesheer- directeuren van de Limburgse en Brabantse Katholieke psychiatrische inrichtingen uit die tijd.

Tijdens vergaderingen van vertegenwoordigers van de Limburgse en Brabantse Katholieke psychiatrische inrichtingen schoof ook iemand van de inspectie aan. Er werd openlijk gesproken over castratie. Volgens De Limburger blijkt uit de verslagen dat hoewel meerderjarigen zelf toestemming moesten geven, er in de praktijk van vrijwilligheid weinig sprake was.

Tweede-Kamerleden kondigden dit weekend al aan op korte termijn een hoorzitting te willen met Wim Deetman, die de commissie leidde die seksueel misbruik binnen de kerk onderzocht. Ze spraken al eerder met hem, maar berichtgeving in NRC Handelsblad over de castratie van jongens is aanleiding opnieuw met hem om de tafel te gaan.  NRC meldde afgelopen weekeinde dat in 1956 in huize Padua in Boekel een minderjarige jongen werd gecastreerd om hem van zijn homoseksualiteit af te helpen.

Dat gebeurde vlak nadat een jongen -NN1 genoemd- zich bij de politie had gemeld als slachtoffer van ontucht in een internaat in het Gelderse Harreveld. De zaak werd gemeld bij de commissie- Deetman die onderzoek deed naar seksueel misbruik in de katholieke kerk. De commissie deed echter niets met de melding.

De commissie-Deetman verklaarde echter geen aanknopingspunten te hebben gevonden voor verder onderzoek naar de vermeende castratie van kinderen in de jaren '50. NN1 genoemd had ontucht met en castratie van weeskinderen gemeld bij de commissie. Die melding bevatte “onderzoekstechnisch weinig aanknopingspunten voor verder onderzoek”.

De Nederlandse bisschoppen noemen de berichten ‘ontluisterend'.

De Limburger stuitte op die stukken bij onderzoek naar het opvallende sterftecijfer bij zwakzinnigeninstelling Sint Joseph in Heel in de jaren vijftig. Een vertegenwoordiger van de inspectie zat bij de vergaderingen van de Limburgse en Brabantse geneesheer-directeuren.

In die bijeenkomsten - die enkele keren per jaar werden gehouden - werd openlijk gesproken over castratie. Directeuren vonden dat ouders bij castratie van minderjarigen niet vooraf ingelicht hoefden te worden.

Meerderjarigen moesten zelf toestemming geven, maar in de praktijk was van vrijwilligheid weinig sprake, zo blijkt uit de gespreksverslagen. De instellingen gingen er vanuit dat de patiënt toch niet besefte waar hij goedkeuring voor gaf.

Uit de stukken blijkt eveneens dat het OM op de hoogte was. Er bleek namelijk ook destijds al aangifte gedaan te zijn bij het OM.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook