vrijdag 17 januari 2014

Onterechte veroordelingingen villamoord

Negen mannen die celstraffen van 5 tot 12 jaar kregen wegens het doodschieten van de Arnhemse  G. van 't Leven-de Goede (63), zijn onterecht bestraft. In deze geruchtmakende zaak uit 1998 is sprake van een gerechtelijke dwaling, vergelijkbaar met de Puttense moordzaak of de Schiedammer parkmoord.

Dat schrijven universitaire onderzoekers in een boek in de reeks Gerede Twijfel, samengesteld onder leiding van hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen. De Gelderlander bericht vrijdag over het boek De Arnhemse Villamoord, dat binnenkort verschijnt.
Valse bekentenissen

Volgens de onderzoekers zijn de veroordelingen vrijwel helemaal gebaseerd op valse bekentenissen van één van de daders, die zelf een celstraf van 5 jaar kreeg.

Op 2 september 1998 drongen overvallers de villa van een Arnhemse vrouw binnen, die op dat moment een vriendin (33) op bezoek had. De mannen dwongen de vrouwen om op bed te gaan liggen en schoten hen door het hoofd. Mevr. de Goede overleed; de andere vrouw raakte zwaargewond. De overvallers gingen er vandoor met wat bankpasjes en een portemonnee.

De schutter was zeer waarschijnlijk een Duitser, maar die is door justitie in Duitsland vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De andere negen verdachten kwamen voor de Nederlandse rechter. Acht van hen hebben altijd tot bij de hoogste rechtsinstanties ontkend, maar een negende man bekende. Hoewel altijd onduidelijk is gebleven wie waar op welk moment was, zorgde vooral die bekentenis toch voor veroordelingen. Een van de mannen pleegde in de zomer van 2000 tijdens het proces zelfmoord in zijn cel.

Tijdens het monsterproces tegen de mannen werd nooit geheel duidelijk wie wat heeft gedaan en technisch bewijs was nauwelijks voorhanden. In December 2000 verhoogde het Hof de straf van de verdachten tot 5-12 jaar. De bewijslast leunt zwaar op de bekentenissen van een achtste man. Die was als enige niet in hoger beroep gegaan. De rechtbank veroordeelde hem tot vijf jaar.

Het project Gerede Twijfel loopt aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een onherroepelijk veroordeelde dader van een moord, die steeds heeft volgehouden dat hij of zij onschuldig is, kan zijn zaak voordragen. Ook zijn advocaat of een naast familielid kunnen om onderzoek naar een mogelijke gerechtelijke dwaling vragen. In de Arnhemse villamoord heeft de hoofdverdachte bij het project aangeklopt.

Gerede Twijfel onderneemt zelf geen juridische vervolgstappen. Wel kan een advocaat op basis van het onderzoek om herziening van de zaak vragen bij de Hoge Raad. In de reeks zijn al 12 onderzoeken naar bekende zaken verschenen, die deels hebben geleid tot nieuwe rechtszaken.

Net als in de Puttense moordzaak was er ook in deze zaak was sprake van sturen tijdens de verhoren. In de Puttense moordzaak konden later de banden niet meer worden bekeken omdat die inmiddels per ongeluk waren gewist.  Beide onderzoeken vonden trouwens plaats onder leiding van dezelfde man. Is hier sprake van toeval of was er gewoon iets mis met de manier van werken destijds?

Het lijkt er op dat de Arnhemse Villamoord kan worden bijgeschreven op de steeds langer wordende lijst van gerechtelijke dwalingen in Nederland. Een dwaling die dan mogelijk heeft geldig tot de dood van een man. Minister Donner zat er dus behoorlijk naast toen hij na de dwalingen in de Schiedammer parkmoord sprak over slechts een incident.


Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook