woensdag 27 januari 2010

Politie knoeit met bewijs: Grote drugszaak verprutst

De rechtbank in Breda heeft woensdag het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in een omvangrijke drugszaak, omdat bij het onderzoek betrokken rechercheurs hebben geknoeid met de bekentenis van een van de verdachten. Het OM laat de gang van zaken onderzoeken door de rijksrecherche, aldus een woordvoerster.

Door de beslissing van de rechtbank gaan alle acht verdachten -waaronder G.H. uit Raalten- in de zaak vrijuit. Zwaartepunt van de verdenkingen tegen hen vormde de uitvoer van grote partijen heroïne naar Engeland. Rechercheurs van de regiopolitie Midden en West-Brabant hebben het onderzoek verricht.

In het vonnis, waarin ongezouten kritiek wordt geuit op de werkwijze van de politie, hekelt de rechtbank dat ook de teamleiding van de recherche de betrouwbaarheid van het onderzoek op het spel heeft gezet. „Bijzonder kwalijk”, aldus de rechtbank.

Waar het om gaat is dat er na een verhoor op 9 oktober 2008 door de verbalisanten nog zaken zijn toegevoegd waarbij het nodige knip- en plakwerk verricht in de verklaring die is afgelegd op die bewuste dag. Zo zijn er aanvullingen gemaakt, zijn bepaalde zinnen uitgebreider op papier gekomen en zijn er wijzigingen aangebracht in de volgorde.
De aanvullingen die zijn gemaakt, betreffen zowel inhoudelijke als tekstuele aanvullingen. De verbalisanten hebben onder meer zaken achteraf aangevuld, waarvan zij dáchten dat de verdachte ook hierover had verklaard. In ieder geval is onduidelijk gebleven en valt ook niet meer te achterhalen wat de verbalisanten exact na afloop van het verhoor hebben aangevuld en/of gewijzigd.
De rechtbank vond dat de oorspronkelijke verklaring van 9 oktober 2008 dusdanig aangepast, gewijzigd en aangevuld is, dat er van deze oorspronkelijke verklaring weinig meer is overgebleven.

Alle fouten en onregelmatigheden in het proces-verbaal van de politie kwamen pas aan het licht kwamen tijdens hun verhoor door de rechter-commissaris. Een rechercheur kwam daar terug op zijn aanvankelijke verklaring waarvan hij eerder had gezegd zeker te zijn. De rechtbank neemt deze rechercheurs bijzonder kwalijk dat ze, met een beroep op hun ambtseed, zeiden niet te accepteren dat hun betrouwbaarheid in twijfel werd getrokken, terwijl ze onherstelbare fouten hebben gemaakt.

Daardoor is volgens de rechtbank het hele onderzoek ‘besmet’ en moeten alle verdachten vrijuit gaan. ‘De gemeenschap heeft recht op eerlijke verhoren door de politie en daar is hier geen sprake van.

Hoewel het OM toegaf dat de verbalisanten "meinedig waren" (=meineed hebben gepleegd) vond zij dat daarmee niet gezegd was dat de hele verklaring onbetrouwbaar was.

Het OM legde te elfder ure nog een brief aan de rechtbank voor dat er ‘nieuwe informatie was binnengekomen’ die eerst zou moeten worden onderzocht. De rechtbank veegde die brief als ‘te laat’ van tafel.

De verdachten boffen nog dat de rechercheur op zijn verklaring terugkwam want anders was het hun woord tegen dat van de 'liegende en knoeiende' rechercheurs geweest en was het proces -met een vervalst verhoor- gewoon doorgegaan.

Uit het vonnis:

Aan verdachte wordt de in- en uitvoer van heroïne, de uitvoer van XTC en hashish, het aanwezig hebben van amfetamine en het witwassen van geld ten laste gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijk proces is tekort gedaan. Immers, door het handelen van enkele bij het onderzoek betrokken verbalisanten, valt niet meer naar behoren te reconstrueren hoe het verhoor van verdachte precies is verlopen. De “bekentenis” van verdachte vormt naar het oordeel van de rechtbank een essentieel onderdeel van het gehele onderzoek. Deze verklaring, en daarmee ook het gehele onderzoek, is dermate besmet, dat daaraan verregaande consequenties dienen te worden verbonden. Nu er sprake is van een fundamentele inbreuk op de procesorde, dient, los van de vraag of de verdachte in zijn belangen is geschaad, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging. Die inbreuk raakt de rechtspleging immers in haar kern.

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook