donderdag 14 oktober 2010
Verslaggeefster aangevallen door oud-werkgever Wesam al Delaema
Dat meldt de website van de zender PowNed. Jojanneke zou een bezoek hebben gebracht aan de kapperszaak, waar Al-Delaema. werkte voordat hij naar Irak vertrok.
Volgens PowNed bederigde de eigenaar van de zaak Jojanneke en haar cameraman, en pakte hij vervolgens met geweld de camera af. Hij rukte de geheugenkaarten uit de camera en sloot zichzelf op in zijn huis. Of Al-Delaema. zich bij de kapper in huis bevindt, is niet bekend.
Volgens Dominique Weesie, de oprichter van PowNed, gaat het goed met Jojanneke. De politie is naar de kapperszaak toegekomen en de verslaggeefster heeft de camera teruggekregen.
Wesam al Delaema kwam woensdag vrij uit de gevangenis in Vught. In Amerika was de terrorist veroordeeld tot 25 jaar cel voor het beramen van moordaanslagen op Amerikaanse militairen, maar een Nederlandse rechter zette die straf om in acht jaar cel. Met aftrek van het voorarrest kwam hij onmiddellijk op vrije voeten.
Verdachte moord Ronald Nooteboren vrijgelaten
De verdachte (52) van de moord op Limburger Ronald Noteboren is door de raadkamer van de rechtbank in Maastrichtop vrije voeten gesteld.
Het OM had om verlenging van het voorarrest met negentig dagen gevraagd. De man uit Stevensweert blijft wel verdachte. Het OM beslist donderdag of het in hoger beroep gaat. Raadsman Sjoerd van Berge Henegouwen zei donderdag dat de rechtbank zijn cli�nt geen serieuze verdachte noemde.
Ronald Noteboren (41) uit Schinnen verdween op 18 februari vorig jaar. Vier dagen later werden delen van zijn lichaam gevonden in een berm langs een Belgische snelweg.
De verdachte werd op 27 september aangehouden. De technische recherche verrichte een week lang sporenonderzoek in en om twee woningen in Obbicht en Stevensweert.
Knoeiende rechercheurs niet vervolgd
Het Openbaar Ministerie stelt geen vervolging in tegen twee rechercheurs van de regiopolitie Midden- en West-Brabant die door geknoei met de verklaring van een verdachte ervoor zorgden dat een groot drugsonderzoek op niks uitliep. Hoofdofficier van justitie in Den Bosch Bart Nieuwenhuizen heeft dat besloten over de uitkomst van een rijksrechercheonderzoek.
De twee rechercheurs werden verdacht van valsheid in geschrifte en meineed. Het rijksrechercheonderzoek heeft bevestigd dat de rechercheurs de 'bekentenis' van de hoofdverdachte hebben aangevuld en de chronologie hebben gewijzigd. Volgens justitie blijkt uit het onderzoek echter niet dat de wijzigingen met opzet onvermeld zijn gebleven en dat er onwaarheden in het proces-verbaal zijn opgenomen, aldus een verklaring donderdag. „Nu er geen bewijs is voor strafbare feiten, zullen de verbalisanten niet worden vervolgd.”
De vervolging van in totaal acht verdachten van export van heroïne, xtc en hasj werd door het knip- en plakwerk van de rechercheurs en hun teamleider ongeldig verklaard. De rechtbank oordeelde dat van de oorspronkelijke verklaring van de verdachte weinig meer over was en dat het hele onderzoek daardoor was besmet. Politiechef Dick Schouten noemde de afstraffing destijds pijnlijk. De betrokken politiemensen kregen tijdelijk werk op een andere plek.
De verdachten, die soms vele maanden in voorarrest zaten, hebben om een schadevergoeding gevraagd. Die procedure dient binnenkort bij de rechtbank in Breda.
woensdag 13 oktober 2010
Eis: TBS voor moord op hulpverlener
Tegen Vincent van der P. (28) is voor de rechtbank in Roermond tbs met dwangverpleging geëist wegens het met 46 messteken doodsteken van een hulpverlener (43) op 15 april van dit jaar in zijn woonplaats Heythuysen.
Volgens officier van justitie Monique Smits is er sprake van opzet. Ook is ze het met de conclusie van de gedragsdeskundigen eens dat Van der P. volledig ontoerekeningsvatbaar was toen hij zijn persoonlijk begeleider doodstak. Ze vroeg de rechtbank om de verdachte niet te vervolgen voor de moord, maar wel om de samenleving optimaal te beschermen tegen hem. Volgens de OvJ is van der P door zijn onvoorspelbare gedrag extreem gevaarlijk.
Over wat er zich op 15 april in de woning van Van der P. heeft afgespeeld, lopen de meningen uiteen. Volgens het OM heeft de verdachte het slachtoffer met een smoesje naar zijn huis gelokt, ruzie gemaakt, hem doodgestoken en verstopt in een berging. Dat blijkt ook uit de tientallen briefjes die in zijn woning zijn gevonden.
Tot in gruwelijke details had Van der P. al beschreven hoe hij zijn persoonlijk begeleider zou doden. De materialen daarvoor had hij al gekocht of besteld. Het mes had hij pas een dag in zijn bezit. Het zou de bedoeling zijn geweest om zijn begeleider dood te steken en het lichaam te verbranden. Getuigen zagen de moord echter en waarschuwden de politie.
Volgens de advocaat van de zwakbegaafde verdachte handelde Van der P. uit noodweer: de hulpverlener zou hem hebben aangevallen en zijn keel hebben dichtgedrukt.
Het motief voor de moord moet in het geestesvermogen van de verdachte worden gezocht. Hij heeft een autistische stoornis en is psychotisch. Dat leidde eerder al tot gewelddadige incidenten. Volgens gedragsdeskundigen ontwikkelde hij een waanbeeld over zijn woonbegeleider. In dat beeld was de begeleider, die er voor had gezorgd dat Van der P. sinds eind vorig jaar een eigen flatje had, een man die zijn leven tot een hel maakte en daarom moest sterven.
De rechtbank doet op 27 oktober uitspraak.
Update 27 oktober: Veroordeling conform eis -> tbs
Uitspraak: 8 jaar voor Wesam al Delaema
Wesam al Delaema werd in 2009 in de Verenigde Staten van Amerika (VS) tot 25 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor -onder meer- samenzwering tot moord op Amerikaanse staatsburgers buiten de VS. Voorafgaand hieraan is Wesam al Delaema, die de Nederlandse nationaliteit bezit, door Nederland uitgeleverd aan de VS.
De uitspraak van de rechtbank Rotterdam is gedaan in een zogeheten WOTS-procedure. In deze procedure was de vraag aan de orde of de feiten waarvoor Wesam al Delaema in de VS is veroordeeld ook strafbaar zijn naar Nederlands recht. Vervolgens moest worden bepaald welke straf naar Nederlands recht moest worden opgelegd. De eerste vraag is bevestigend beantwoord en er is een gevangenisstraf opgelegd van 8 jaar, waarvan Wesam al Delaema al 5,5 jaar heeft uitgezeten, grotendeels in de VS. In de uitspraak wordt op hoofdlijnen aandacht besteed aan de volgende punten:
- De grenzen van het beoordelingskader, die worden gevormd door de door de Amerikaanse rechter vastgestelde feiten. Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben die grenzen niet altijd even scherp getrokken.
- Het verweer van de raadsman dat de slechte detentieomstandigheden van de veroordeelde in de VS een onmiskenbare schending opleveren van artikel 3 EVRM. Dit verweer wordt verworpen.
- De rechtbank heeft de feiten beoordeeld naar het materiële recht zoals dit op dit moment geldt. De strafbaarheid naar Nederlands recht is bepalend.
- De ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, voor zover dit blijkt uit de Amerikaanse rechterlijke beslissingen en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde zijn meegewogen bij het bepalen van de hoogte van de straf.
- Het is voldoende aannemelijk geworden dat tijdens (een substantieel deel van) de detentie van veroordeelde in de VS sprake was van zodanig slechte omstandigheden dat deze op beduidend negatieve wijze afweken van de detentiesituatie in vergelijkbare zaken in Nederland. Dit heeft een matigende werking op de straf. Voor de rechtbank is dat vooral duidelijk geworden, doordat Nederland destijds zeer verontrust heeft gereageerd in de richting van de VS. De rechters verwijzen naar de verklaring van voormalig diplomaat Richard Gerding, die heeft gezegd dat Nederland bijna de rechtshulprelatie met de VS heeft opgeschort wegens de situatie van Wesam.
- De door de officier van justitie en de verdediging aangehaalde jurisprudentie. Hier bleek slechts uit af te leiden dat er sprake is van een grote verscheidenheid in strafmaat in op het eerste gezicht soortgelijke maar bij nadere lezing zeer verschillende zaken.
Update 27-10-2010: Het OM gaat niet in hoger beroep
Verdachte 'klimmoord' bekent
Elzia M. en Jan-Mikael Jonzen verbleven eind april 2009 op een camping in het Fontainebleau in Frankrijk, waar ze wilden bergklimmen. Jonzen werd sindsdien vermist. Elzia M. werd later in Duitsland gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij het verdwijnen van Jonzen. De verdachte liet weten eerder waanideeën te hebben gehad waarin hij iemand wilde vermoorden. Hij was eerder ook onder psychiatrische behandeling geweest. Voor de rechtbank in Den Haag verklaarde M. dat hij tijdens het samenzijn met Jonzen niet onder invloed van verdovende middelen was.


