Sinds kort stelt de wet strengere eisen aan veroordelingen voor moord. Daardoor is het OM bang dat alleen doodslag bewezen kan worden.
Het is de zesde keer dat de Venrayse moordzaak voor een rechter komt. De zaak draait om Erik E., die zijn vrouw in 2006 zeker zeventig keer stak en haar keel vier keer doorsneed. Hij werd in 2007 ondanks zijn ontkenning er iets mee te maken hebben veroordeeld tot vijftien jaar cel bij de rechtbank van Roermond. In hoger beroep werd hij in 2008 vrijgesproken, maar de Hoge Raad vernietigde die vrijspraak.
Bij de volgende behandeling van de zaak, bij het gerechtshof in Arnhem in 2011, bekende E. ineens dat hij zijn vrouw had neergestoken, maar het doorsnijden van de keel was niet zijn werk. Dat zou een bekende na hem gedaan hebben. Het hof trapte daar niet in en legde E. in Oktober 2012 achttien jaar cel op.Erik ging in Cassatie.Omdat E. zegt dat hij zich niet alles kan herinneren en niet met voorbedachte rade te werk ging oordeelde de Hoge Raad in februari 2014 dat de veroordeling voor moord niet aan de nieuwe bewijs-eisen voldoet. De zaak moest daarom maandag overgedaan worden.
E. zei daarbij dat er toch geen bekende was die de keel doorsneed en dat hij het zelf wel gedaan zal hebben en het niet meer weet. Hij vond dat het feit dat hij altijd 'op zijn tenen moest lopen thuis' strafverminderend zou moeten werken, maar het OM vindt dat vijf jaar ontkenning en drie jaar draaien over de 'gruwelijke slachtpartij' juist strafverzwarend moet zijn. De nieuwe uitspraak komt op 16 juni.





