maandag 14 september 2009

Godfried van Haut en de Warnsvelder moord | weer een justitiële blunder

Godfriedvanhaut Godfried van Haut (55)(foto) heeft vrijwel zeker onterecht jaren vastgezeten voor de Warnsvelder moord op benzinepomp medewerkster Micelle Mooij in 1985. Hij werd in 2004 in hoger beroep veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor de zgn Pompmoord, hoewel er geen enkel bewijs was en getuigen elkaar tegenspraken. Ook zijn 3 medeverdachten legden tegenstrijdige verklaringen af, bijvoorbeeld over de plaats waar de moord zou hebben plaatsgevonden.

In 1986 werd het rechercheonderzoek stilgelegd wegens gebrek aan bewijs, tot in 2001 tips binnenkwamen bij de ‘geheime dienst’ van de politie.

De nieuwe tips gingen over crimineel Martin ten B. Een voormalig psychiatrische patiënt, Kobus S., had de politie in de jaren tachtig en negentig ook al bestookt met tips over de betrokkenheid van Ten B. bij de zaak-Mooij. Maar de politie maakte toen geen formeel proces-verbaal op van zijn tips.

‘Het heeft er alle schijn van dat de politie S. tot 2001 niet serieus nam’, zegt rechtspsycholoog Peter van Koppen, die onderzoek heeft gedaan naar deze zaak.

De man die volgens de hoogleraar onterecht is veroordeeld voor de moord, Godfried van Haut, kwam juist door verklaringen van deze S. in beeld als verdachte. Van Haut zou met Ten B. en twee anderen in het café plannen hebben gesmeed voor een overval op het pompstation in het Gelderse Warnsveld, die uiteindelijk fataal afliep.

De politie arresteerde vier verdachten, inclusief tipgever Kobus S. Er was nauwelijks bewijs tegen hen: niemand had hen gezien bij de plaats delict, waar ook geen sporen van het viertal waren gevonden.

‘Om de zaak rond te krijgen, had de politie bekentenissen nodig’, stelt Van Koppen. ‘Daarom zijn de verdachten tientallen keren langdurig verhoord. Dat heeft alleen idiote verhalen opgeleverd.’

De belangrijkste bekentenis, van Heini K., is volgens de hoogleraar een onzinverhaal. In zijn boek wordt veel geciteerd uit verhoren. Kort door de bocht samengevat zei K. tegen de politie dingen als: ‘Ik stond buiten en hoorde dat ze binnen werd vermoord. U zegt dat het buiten is gebeurd? Dan was het op het parkeerterrein bij het pompstation. Wat deed ze daar? Ze liep naar haar brommer. Nee? Dan liep ze naar haar auto. Oh, zat ze er al in toen ze werd neergestoken?’

K. had lang ontkend, tot rechercheurs hem waarschuwden: ‘Jouw verhaal wordt nu ingekleurd door anderen. Daar moet jij voor oppassen. Zo krijg je misschien wel een groter aandeel dan er werkelijk is geweest.’

Ook Martin ten B. bezweek: ‘Zet maar op papier dat ik het gedaan heb. Ik weet het niet meer.’

De rechtbank in Zutphen sprak het viertal in 2003 vrij, vanwege twijfel over de geloofwaardigheid van de bekentenissen. Maar het hof Arnhem veroordeelde drie verdachten tot acht jaar celstraf en liet K. zes jaar opsluiten.

Van Koppen: ‘Ik heb geen bewijs tegen de vier kunnen vinden. Godfried van Haut, de enige van wie we het hele dossier hebben, is in elk geval ten onrechte veroordeeld. Hij past niet bij de drie anderen, die drinkmaatjes waren. Ze kenden hem nauwelijks. Volgens getuigen was hij niet in het café voor de moord.’

De hoogleraar heeft de zaak-Van Haut aangemeld bij de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS), die onderzoek doet naar veronderstelde gerechtelijke dwalingen. ‘Meer kan ik niet doen.’

Godfried Van Haut (55) is vrij sinds oktober 2008. Hij heeft tweederde van zijn straf uitgezeten. De oud-woonwagenbewoner is woedend. Hij scheldt wat af tijdens een interview in zijn eenvoudige flat.

‘De politie gaf me steeds het advies te bekennen. Ik zei: rot op, ik ben niet van de Fabeltjeskrant. Anderen waren helaas niet zo sterk.’

‘Ik ben geen heilig boontje’, erkent Van Haut. ‘Ik ben ooit gepakt toen ik geld probeerde te jatten uit een telefooncel, en ik heb vastgezeten voor knokpartijen. Maar die vrouw heb ik niet vermoord.’

Hij is Van Koppen dankbaar. ‘Ze hebben mooi samengevat wat er is misgegaan. Ik eis vrijspraak. De Hoge Raad moet de zaak heropenen. Ik weet dat ik een nieuw feit nodig heb, maar hoe kom ik daar in vredesnaam aan, 24 jaar na een moord waar ik niet bij was?’

‘Als het niet snel lukt, dan knapt er iets in mijn hoofd. Mijn leven is al zeven jaar een hel. Ze hebben in 2006 ook nog mijn jongste dochter afgepakt. Ik mis haar vreselijk. De monsters die dit geflikt hebben, moeten zelf de bak in.’

Plaats op NuJij Voeg toe aan Blig Facebook Facebook